Elk jaar maak ik in januari een lijstje met dingen die ik dat jaar wil doen. Vijf nieuwe dingen doen of leren staat elk jaar bovenaan. Dat mag ook een plek ontdekken zijn die ik nog nooit eerder heb gezien. Dat punt op mijn jaarlijkse actielijstje lukt altijd. Andere punten zijn wat lastiger te bereiken. Minder uitgeven (minder kleding kopen!) en wat meer in het ‘nu’ leven zijn terugkerende thema’s. Dat gaat het ene jaar beter dan het andere. En op sommige punten op het lijstje heb ik totaal geen invloed. Zo stond er vorig jaar: niemand verliezen. Dat moet je dan altijd maar weer afwachten. Of dat je gegund is.
Begin dit jaar had mijn lijstje een andere nummer 1.
Eindelijk dat boek schrijven stond in hoofdletters bovenaan.
Al enige tijd doolde er een verhaal in mijn hoofd rond. En voerden personages hele gesprekken met elkaar in mijn dromen. Dan werd ik wakker en pakte ik snel pen en papier om de grote lijnen vast te leggen. Ik voelde dat het potentie had, maar het ontbrak me aan de tijd om er echt voor te gaan zitten.
Tot februari 2023.
Schrijfweek 1 in een airbnb in de Weerribben. Op zaterdag hoste ik met vriendinnen de polonaise in Zwolle, op zondag checkte ik in. Stikalleen in een stil huisje in de natuur. Drie dagen lang ging het schrijven als een tierelier. De woorden rolden via mijn vingers en het toetsenbord het scherm op. Vertrouwen groeide. Zou ik het dan toch in me hebben? Zou ik dit daadwerkelijk tot een volwaardige roman kunnen brengen?
Ik voelde me gelukkig daar in mijn uppie in die hut.
En toen kreeg ik de griep. Op de vierde dag moest ik het schrijfbijltje erbij neerleggen. Hoestend en proestend verpieterde ik elke dag een beetje meer. Oh wat had ik een heimwee naar de liefdevolle armen thuis. Er ging een laptop met een ruw en onaf manuscript mee naar huis. Ik was lang niet zo ver als ik wilde. Maar, het begin was er, dus thuis kon ik verder.
Niet dus…
Man, kind, huishouden, werk, sociaal leven en hond… Het leven kwam tussen mij en mijn schrijfdroom. Het lukte me niet om me in te leven en de stemmen in mijn hoofd zwegen. Het kriebelde… ik wilde terug naar mijn huisje in de bossen.
In april zat ik er weer. Achteraf bezien een ontzettend verkeerd moment. Want een gigantische deadline, er moest die maand een tijdschrift worden opgeleverd, hijgde in mijn nek. Geen moment kon ik me echt van mijn werk afsluiten. Eindredactie, planning en afstemming fietsten dwars door mijn schrijftijd heen. De hoofdstukken die ik ondanks alles toch produceerde, waren niet goed. Teksten klopten niet met de personages. Ik was teleurgesteld en werd onzeker. Was die eerste keer dan een toevalstreffer geweest?
Ik schreef in 5 dagen nog minder dan de vorige keer in 3. Wel leverde ik een dijk van een tijdschrift op. Dat dan weer wel.
De zomer kwam en ging. De laptop ging mee naar Frankrijk, maar bleef onaangeroerd in de tas. Ik begreep niets van mezelf. Ik wilde dit toch? Het jaar was al voor de helft voorbij en ik was nog niet op de helft. Werd dit weer 1 van mijn vele onafgeronde projecten? Eindigt dit manuscript naast de kalligrafiecursus in de kast?
Waarom kunnen andere mensen om 6 uur opstaan om te schrijven, nog voor hun werkdag begint en vind ik nog niet eens 1 uur per week?
Nog maar een poging tot afzondering dan. Schrijfweek 3 in een tot hotel omgebouwd klooster. Op een andere plek dan mijn vaste schrijfplek om kosten te besparen en om dichter bij familie en vrienden te zitten die ik ook graag wilde zien.
Spijt.
Elke ochtend om 6 uur begonnen de voorbereidingen voor het ontbijt in de eetzaal naast mijn slaapkamer. Om 7 uur stampten de actieve wandelaars mijn kamerdeur voorbij. Een hotel middenin het Vechtdal betekent veel luidruchtige groene genieters die, na een vroege start, de hele dag op pad waren. De eigenaar vond het maar wat gezellig, een schrijfster in zijn hotel. Iemand die de hele dag binnenbleef. Ik hoefde maar een teen buiten mijn kamer te zetten of ik had hem in mijn nek.
‘Hooooi, hoest met je boooeeeeeeeeek. Lukt met het schrijven? Wil je koffie? Wie was er bij je op visite? Vandaag niet veel geschreven zeker?’
Ik. Werd. Gek.
Omdat ik ’s nachts het lekkerst schrijf, waren de nachten kort. ’s Ochtends sleepte ik mezelf, als een wandelaar in de woestijn op zoek naar een oase, richting waterkoker. Hopend dat me vandaag een ochtendje zonder aanspraak was gegund. Dat gebeurde nooit. Soms heb ik echt een hekel aan mensen kennelijk.
Het schrijven ging nauwelijks. Ik herschreef en schrapte. Verbeterde en zette puntjes op de i. Het zorgde ervoor dat het aantal woorden slonk in plaats van groeide. Een lastig momentje.
En nu.
Schrijfweek 4 deze week. Terug op mijn oude vertrouwde stek. Het is bijna december. Nog 1 maand om de belofte aan mezelf in te lossen. Dit jaar schrijf ik een boek.
Ik ben goed voorbereid. Ik heb geen heftige deadlines op kantoor. Mijn agenda is nagenoeg leeg deze week. Ik heb 4 pyjama’s bij me en dikke vesten en sokken. Lekkere thee. Ik heb een cake gebakken en eten gekocht zodat ik niet meteen naar de winkel hoef.
De verhaallijnen van het slot zijn uitgewerkt. Ik hoef ze alleen nog maar even tot leven te laten komen.
Op naar die laatste punt. En dan het vervolg van dit avontuur. Want een manuscript is nog lang geen boek.
Wish me luck!
Marga, november 2023
Heel veel succes! Ik moest wel vreselijk lachen om je kloosterverhaal, zag het zo voor mij!
Dankjewel! Blij dat ik nu weer hier ben :-).
Succes skatje!
Thnx honey
Je hebt tijd en prioriteit, meid.
Doe waar je goed in bent en maak het af.
Knuf😘
Thnxxx lieverd.