Geplaatst in Afscheid, Dankbaarheid, Hoe vrouwen denken, Ik, Liefde, Mama, Thomas, Toekomst

Kan de tijd even stilstaan, alsjeblieft?

Ik sta voor het raam en zwaai hem uit. Mijn stoere vent met grote rugzak. Alweer een jaar geleden fietste hij als brugklasser een nieuw avontuur tegemoet. Vandaag begint hij aan 2 Havo.

hands-1797401_1920
Bron: Pixabay.com

Mijn gedachten glijden terug naar zijn eerste schooldag. Een tasje met drinken en eten in mijn ene hand, zijn kleine handje in mijn andere. Met moeite leverde ik hem af in de veilige handen van zijn juf. Hete tranen stroomden over mijn wangen toen ik wegfietste. Op weg naar het lege nest waar mijn enige zoon een gapend gat had achtergelaten. Vanaf het moment dat hij met een schreeuw mijn lichaam verliet, begon het proces van afscheid nemen. Hij groeit en groeit en soms wil ik de klok zo graag even stil zetten.

In de tweede klas van de middelbare school werden zijn vader en ik verliefd op elkaar. Ik was veertien. Het product van dat wat 25 jaar geleden begon, fietste vanmorgen bij mij vandaan op weg naar weer een nieuw avontuur.

In een flits zie ik een klein mannetje met een dapper smoeltje plaatsnemen op het kleine houten stoeltje waar met zwierige letters zijn naam op staat. Ik zie hem weer naar me toe rennen aan het eind van die eerste schooldag. Dwars over het schoolplein heen, zo mijn armen in. Alsof niets ter wereld belangrijker was dan een knuffel van zijn moeder. Nu kan hij het alleen. En ik kan er maar moeilijk aan wennen.

Gaan de volgende 13 jaren ook zo snel voorbij?

Zand
Bron: Pixabay.com

Ook verschenen op HoeVrouwenDenken

 

Geplaatst in Afscheid, Angst, Dankbaarheid, Den Haag, Ik, Liefde, Strand, Toekomst, Vooruitgang, Werk

The start of something new…

 

Anderhalve week geleden startte ik bij mijn nieuwe werkgever. De laatste minuten voordat ik de IMG_20170306_191150_636_resizeddraaideur doorging en binnenkwam in het immense gebouw voelden als de start van een eerste schooldag. Wat had ik graag mijn moeder aan de hand gehad die nog even bij me kon blijven voor ik werd overgeleverd aan de juf die een vreemde voor me was. Maar helaas, ik was alleen en met buikpijn van de zenuwen schudde ik de hand van mijn nieuwe juf manager. Het ging beginnen.

De eerste week vond ik, eerlijk gezegd, verschrikkelijk. Al die gezichten, al die nieuwe termen, afkortingen, programma’s enzovoorts. Het duizelde me. Met het rondje door het gebouw waren we een halve dag bezig. Zelfs een simpel doosje paperclips halen was een hele onderneming. Het is er zo groot dat ik voortdurend mijn eigen werkplek kwijt was. En het toilet. En het koffieapparaat.

Mijn nieuwe collega’s (veertig in mijn team, ruim honderd op de afdeling) waren vriendelijk en meer dan bereid om me met alles te helpen. Toch kon ik na een paar dagen niet anders concluderen dan dat ik beroerd was van de heimwee. Wat verlangde ik terug naar de plek waar ik zestien jaar had rondgelopen. Naar werk dat ik kende en mensen die ik liefhad.  Ik realiseerde me ineens dat dat allemaal voorbij is. Echt voorbij. Ik woon nu hier, werk nu hier en ben ver bij mijn vriendinnen en familie vandaan. Even janken bij mammie gaat niet meer zo makkelijk als vroeger. Het greep me die eerste week naar de keel.

Maar dan…

Weekend. Het zonnetje schijnt. Tijdens uurtjes op het dakterras met een boek en een kop thee, voel ik de spanning uit mijn schouders wegebben. Ik spreek mezelf vermanend toe. ‘Kom op zeg, je bent een grote meid. Je kunt en wilt dit. Je hoofd en hart zijn na jaren eindelijk op dezelfde plek. Je ligt elke avond in de armen van de liefste man die je je maar wensen kan. Geen gezeik, geen gebrul om mama, schouders eronder en gaan.’

Dus liep ik afgelopen maandag met opgeheven hoofd het kantoor binnen. Ik zocht een plekje ergens middenin de afdeling (flexwerken, echt het blijft ruk!) en kletste hier en daar wat met mijn nieuwe collega’s. Ik lachte zelfs een paar keer. Ik snapte waar ik mee bezig was en met welke projecten ik me mag bemoeien. Mijn nieuwsgierigheid nam de overhand en de zin om me in mijn werk te begraven nam toe.

Dinsdag. Mijn eerste externe vergadering. Met de tram reis ik helemaal naar het uiterste puntje van Scheveningen: Het Zwarte Pad. De tour door de stad is een belevenis. Lijn 1 is een oude, gammele tram en hij komt langs vele hotspots die de stad rijk is. Ik kijk mijn ogen uit. Op het eindpunt zit ik nog als enige en ik zwaai naar de machinist wanneer ik uitstap. Het zonnetje schijnt en ik zie de zee voor me liggen, evenals het hotel waar ik moet zijn. Ik ben te vroeg omdat ik hier even rond wil kijken. Dit stuk hier, de boulevard en het strand, is onderdeel van één van mijn projecten. Natuurlijk ben ik veel te vroeg, bang om op het laatste moment, of te laat, aan te komen. Het is fris, maar ik besluit toch even te gaan zitten op een bankje op de boulevard. Op het strand is het druk, de strandtenthouders zijn bezig met het opbouwen van hun tenten. Er wordt hard gewerkt en de lente hangt in de lucht. Heerlijk! De frisse wind drijft me naar binnen waar ik onder het genot van een kop thee en een lekkere muffin (hier geen droge koekjes, maar een muffin!), naar buiten staar. Mijn e-reader ligt onaangeroerd op mijn schoot. Ik staar naar buiten, naar de duinen en de zee en een glimlach verschijnt op mijn gezicht.

 

Het is me gelukt….

 

 20170314_095602_resized

 

Marga, 17 maart 2017

 

Geplaatst in Dankbaarheid

Zonnetje

Ik heb vaak wel eens de neiging om de stemmen van de wolkjes in mijn hoofd meer ruimte te geven dan de zonnetjes. Niet persé altijd vanuit een ‘het glas is altijd half leeg’ gevoel, want ik heb eigenlijk een heel zonnig karakter. Desondanks vind ik het in moeilijke en drukke tijden soms lastig om de mooie dingen te blijven zien tussen alle schaduwen. En dat levert dan ook wat zwaardere teksten op op mijn blog. Voor de lezers niet altijd even gezellig. Daarom nu een blog vol zonneschijn, blijdschap en dankbaarheid.

Ik vraag vaak aan Thomas aan het eind van de dag wat het mooiste of het fijnste was dat hij die dag heeft beleefd. Gisteren kroop hij tegen me aan op de bank met de mededeling: ‘Ik wil nu knuffelen.’ Terwijl hij over mijn schoot heen gedrapeerd lag en ik over zijn rug kriebelde (een veel voorkomend avondritueel in huize BB), stelde ik hem die vraag ook. ‘Dit moment zei hij, deze knuffel van jou en dat we fietsen hebben gekeken met papa’. Ik genoot van zijn woorden. Zo blij dat we nog niet zover zijn dat iedereen behalve wij ervoor zorgt dat hij mooie momenten beleeft. Dat het geluk voor hem nog kan komen uit een knuffel van zijn moeder.

Die avond lag ik in bed te bedenken waar ik zelf allemaal intens dankbaar voor ben. Ongemerkt werd het een lange rij. Met stipt op één, onze gezondheid. Niets ter wereld is eigenlijk belangrijker dan een goed functionerend lijf. En of dat lijf nou ruim of strak in het jasje zit doet er dan eigenlijk niet zo toe. Een goede tweede: de liefde in mijn leven. In al mijn verschillende rollen als mama, vriendin, dochter, zus, stiefmoeder en bazinnetje, mag ik de liefde ervaren. Ik schreef al eens eerder dat ik leef voor liefde. Ik ben daarom dankbaar dat ik zoveel fijne mensen om me heen heb die van me houden of om me geven. Al denkend werd de lijst langer en langer. Zo lang dat ik uiteindelijk met een glimlach in slaap viel en mijn laatste gedachte was: Wat heb ik het intens goed.

Ondanks dat de toekomst met alle komende veranderingen me veel onrust geeft, kijk ik bovenal enorm uit naar alles wat er komen gaat. Eindelijk samen, een prachtig nieuw huis, wonen dichtbij zee, nieuwe kansen op de arbeidsmarkt en vast nog meer nieuwe deuren die open gaan. Na onrustige jaren eindelijk opnieuw beginnen met mijn mannetje en onze held uit het Westen.

Die vrolijke en dankbare stemmen zijn er, naast alle stemmen die me onzeker en bang voor de toekomst maken, ook. Vandaag geef ik ze maar eens woorden.

Marga, 13 mei 2016