Geplaatst in Actueel, Afvallen, Borsten, Dankbaarheid, Divers, Edwin, Geluk, Hoe vrouwen denken, Ik, Liefde, Mannen

Hoera ik ben een kinderboerderij

Ik kijk naast me.

De verloofde ligt lief te slapen. Weer realiseer ik me hoe mooi ik hem vind. Met rimpels, grijze slapen en die ene hardnekkige haar die elke keer weer als een antenne op zijn oorschelp verschijnt. Verre van perfect, maar zo perfect voor mij. Zelfs in zijn slaap glimlacht hij.

Het dekbed is van hem afgegleden en zijn buik deint zachtjes op en neer door zijn ademhaling. Er is iets meer buik om te bewonderen dan 10 jaar geleden. De gelukskilo’s van borrels op vrijdag en lekkere etentjes zorgden voor wat meer lijf om van te houden. Ik wil hem niet storen, dus laat ik hem slapen en stap onder de douche.

Terwijl ik mezelf in sta te zepen, bekijk ik vanaf boven mijn eigen lijf. Hmmz, denk ik grinnikend, maar enigszins als een boer met kiespijn. Ik kan met mijn lijf inmiddels een hele kinderboerderij vullen. Ik heb geiten(tieten) en een hangbuik(zwijn). Als ik zwaai, dan zwaaien de kippen vol herkenning terug en de plaatselijke kalkoen zou een moord doen voor mijn kaaklijn. Inmiddels heeft ook de blinde mol zijn intrede gedaan als ik probeer de gebruiksaanwijzing te lezen op een veel te kleine verpakking. En met enige regelmaat sta ik schaapachtig voor me uit te staren als ik weer eens ben vergeten waarom ik eigenlijk naar boven liep.

bron: pixabay.com 4641246

Mijn innerlijke godin zwaait kreunend mijn jeugd uit. Terwijl ik het gras maai van mijn eigen boerderijtje, denk ik aan de schone slaper in de kamer verderop. Bij hem vind ik de rimpels prachtig. Ze getuigen van levenservaring en karakter. Zelf stond ik al op het punt om wat spuitjes te bestellen, maar de angst om de zoveelste tweelingzus te worden van de gemiddelde influencer op Insta, houdt me tegen. De man maakt zich in het geheel niet druk dat hij ouder wordt. Hij registreert het wel, maar heeft er geen mening over.

Prachtig.
Wil ik ook.

Ga ik dus doen.
Hopelijk.

Gewoon omarmen, dat wat is. Mijn gezonde prachtige lichaam dat een kind heeft mogen dragen. Mijn lijf dat me al zo’n tijd in het leven vergezelt en me, afgezien van wat kleine hobbels, nog nooit in de steek gelaten heeft. Ik wil er met liefde en dankbaarheid naar kijken. Gewoon zoals het is.

Gepoetst en geboend schuif ik na de douche terug naast mijn doornroosje. Genietend trekt hij me naar zich toe en snuift aan mijn haar.
‘Goedemorgen heerlijkheid, lekker geslapen?’
Ik blaat wat over goed geslapen en kakel een ‘ik hou van jou’.
Hij knuffelt als een wollig schaapje tegen me aan.

Mijn kinderboerderij is met hem erbij in ieder geval compleet.

bron: pixabay.com 4661499

Ook verschenen op www.hoevrouwendenken.nl

Geplaatst in Actueel, Ik, Jarig, Tijd, Toekomst

The big Four O

birthday-cake-757102_1920
Bron: Pixabay.com

Ik vier vandaag mijn oudjaarsdag en neem meteen afscheid van mijn jaren als dertiger. Morgen word ik veertig. Veertig! Serieus?
Ik zou het als veertiger toch allemaal op een rijtje hebben? Ik zou toch volwassen zijn, precies weten hoe de wereld in elkaar zit en op mijn gemakkie het leven doorsukkelen tot aan mijn pensioen? Toen ik puber was dacht ik dat tenminste. Want veertig is stokoud, praktisch bejaard. En als je dan nog niet weet hoe het leven werkt, dan wordt het dus nooit meer wat.

Morgen word ik veertig en ik heb nog geen flauw idee hoe het leven werkt. Ik doe maar wat. Ik ren en vlieg en de balans is soms ver te zoeken. Ik neem me voor om dingen anders te doen en knal vervolgens gewoon weer in mijn eigen valkuilen. Ik zou ook alles financieel op een rijtje hebben met een lekker appeltje voor de dorst op de bank. Het is niet meer dan een appelpitje momenteel. Hooguit een olijfboompje in de tuin van de door ons gedroomde Spaanse haciënda met zicht op zee.

Ik weet nog goed dat ik dertig werd. Toenmalige man had een garagefeest voor me georganiseerd. Al mijn vrienden waren er en met de buren gingen we nog door tot in de late uurtjes. Een klein knulletje van drie lag te pitten in zijn kamer schuin boven de garage. Hij droomde onschuldige dromen, want het leven was simpel en overzichtelijk.

In de afgelopen tien jaar sinds dat moment is er zoveel veranderd. Een scheiding, verhuizingen, afscheid nemen en weer opnieuw beginnen. Er kwamen flink wat lemons op mijn pad en ik heb me sufgezopen in de limonade. Ondanks dat ik de afgelopen tien jaar een mensenleven aan ontwikkelingen heb doorgemaakt, vind ik het nogal ongelofelijk dat er alweer tien jaar voorbij zijn. En dat ik morgen veertig word. Ik vond dertig worden destijds heel erg. Dertig was namelijk ook al oud. Nu word ik veertig en snap ik niet wat ik te zeiken had. Dat is net als kijken naar foto’s van jezelf van vroeger en je realiseren dat je jezelf toen ook al dik vond. Terwijl je prachtig was… Waarschijnlijk denk ik over tien jaar weer hetzelfde.

Volgens mij ben ik nog geen steek wijzer dan tien jaar geleden. Misschien word ik dat ook wel nooit. Wat ik wel weet is dat ik blij ben dat ik gezond ben en veertig mág worden. In de afgelopen tien jaar zijn er vele voorbeelden geweest van mensen die het niet mochten halen. Die zijn voor eeuwig jong en ik zou niet willen ruilen.
Ik verf voorlopig gewoon nog lekker mijn grijze haren weg, koop een push-upje en wat corrigerende tenten, en lieg een paar jaar van mijn leeftijd af.

Had ik al gezegd dat ik morgen vijfendertig wordt? En volgend jaar ook…

Happy birthday to me!

birthday-cake-757107_1920- uit
Bron: Pixabay.com


Ook verschenen op: HoeVrouwenDenken

Geplaatst in Afscheid, Dankbaarheid, Hoe vrouwen denken, Ik, Liefde, Mama, Thomas, Toekomst

Kan de tijd even stilstaan, alsjeblieft?

Ik sta voor het raam en zwaai hem uit. Mijn stoere vent met grote rugzak. Alweer een jaar geleden fietste hij als brugklasser een nieuw avontuur tegemoet. Vandaag begint hij aan 2 Havo.

hands-1797401_1920
Bron: Pixabay.com

Mijn gedachten glijden terug naar zijn eerste schooldag. Een tasje met drinken en eten in mijn ene hand, zijn kleine handje in mijn andere. Met moeite leverde ik hem af in de veilige handen van zijn juf. Hete tranen stroomden over mijn wangen toen ik wegfietste. Op weg naar het lege nest waar mijn enige zoon een gapend gat had achtergelaten. Vanaf het moment dat hij met een schreeuw mijn lichaam verliet, begon het proces van afscheid nemen. Hij groeit en groeit en soms wil ik de klok zo graag even stil zetten.

In de tweede klas van de middelbare school werden zijn vader en ik verliefd op elkaar. Ik was veertien. Het product van dat wat 25 jaar geleden begon, fietste vanmorgen bij mij vandaan op weg naar weer een nieuw avontuur.

In een flits zie ik een klein mannetje met een dapper smoeltje plaatsnemen op het kleine houten stoeltje waar met zwierige letters zijn naam op staat. Ik zie hem weer naar me toe rennen aan het eind van die eerste schooldag. Dwars over het schoolplein heen, zo mijn armen in. Alsof niets ter wereld belangrijker was dan een knuffel van zijn moeder. Nu kan hij het alleen. En ik kan er maar moeilijk aan wennen.

Gaan de volgende 13 jaren ook zo snel voorbij?

Zand
Bron: Pixabay.com

Ook verschenen op HoeVrouwenDenken

 

Geplaatst in Actueel, Divers, Hoe vrouwen denken, Ik, Mama, Media

Alleen maar verliezers

Gisteren ontstond er tumult op Facebook. Een uitspraak in de zaak waarin een gastouder een baby zo hard heen en weer geschud heeft dat het kindje ’t niet heeft gered.

childrens-eyes-1914519_1920
Bron: Pixabay.com

Afschuwelijk, voor alle betrokkenen. De gastouder hoorde gisteren vier jaar cel tegen zich eisen en Facebook ontplofte.
“Vier jaar is te weinig!”
“Ze moeten dit monster levenslang opsluiten.”
“Ze moet gemarteld worden en nooit meer daglicht zien.”
Zomaar een greep uit de veroordelende reacties van mensen die, veilig achter hun computer, een paar zinnen tikken en blijkbaar nooit de fout in zijn gegaan. En ik snap het. Als het mijn kind was geweest dat ik, in het volste vertrouwen dat er goed voor hem gezorgd wordt, achtergelaten had in de fatale handen van mijn gastouder, dan weet ik ook niet wat ik had gedaan.
Maar het is mijn kind niet en dat geeft me de vrijheid om wat breder te kijken. Want stel hè, stel dat het niet een gastouder was, maar de moeder van het kindje. De moeder die, gebroken door slaapgebrek en het dagenlange huilen van haar kind, een verkeerde beslissing neemt. In plaats van weglopen, hulp inroepen of iemand bellen, wat ze had moeten doen, schudt ze haar kind heen en weer in de hoop het voortdurende gejank te doorbreken. Zou zij op dezelfde manier worden veroordeeld?

2004
Mijn zoon, prematuur geboren en na vijf weken ziekenhuis eindelijk thuis, huilt al dagen onafgebroken. Ik krijg hem niet stil. Mijn partner krijgt hem niet stil. Alles hebben we geprobeerd. Nog maar een flesje, nog maar een speentje, schone luier, eindje rijden, wandelen, lief praten, zingen, boos worden, alles! Radeloos maakt het me. De hormonen komen uit mijn oren, de emoties maken me zwak. Als nieuwbakken moeder ben ik onzeker. Nog net een beetje meer omdat de doctoren in het ziekenhuis niet anders zeiden dan dat hij zo tevreden was. Hij sliep rustig, deed het goed. Wat doe ik fout? Waarom kan ik mijn kind niet troosten? Overdag ben ik alleen, mijn man is aan het werk. Jankend zit ik naast mijn kleine zoon. Ik zou hem wel door elkaar willen rammelen. Een kussen op zijn gezicht willen drukken om hem even stil te krijgen. Eventjes maar… een uurtje of zo, zodat ik wat kan slapen. Zodat ik het allemaal wat beter aan kan. In plaats daarvan bel ik mijn moeder. Ze past een dag en een nacht op en ik voel me erna als herboren. Ik ben weer fris, kan weer nadenken en zoek op internet naar informatie over huilbaby’s. Een inbakerdoek biedt uitkomst. De rust keert terug. Toch is me dat knakmomentje altijd bijgebleven. Iedereen kan, mits lang genoeg getergd en door dagenlang slaapgebrek, knappen. Ik maakte de goede keuze. Riep hulp in, omdat ik dat kon. Omdat ik een vangnet heb. Helaas hebben velen dat geluk niet.

Nee, dit was geen moeder, dit was een gastouder. Een hopelijk uitgeruste gastouder, die niet onder invloed van hormonen flipte. Een gastouder van wie je mag verwachten dat zij de rust bewaart. Iemand die beter weet en, zo oordeelde ook de rechter, van wie je mag verwachten dat zij de gevaren van schudden kent. Maar dit is ook een gastouder die ongetwijfeld niet aan haar dag begon met de gedachte: ‘vandaag ga ik een kind vermoorden’. Gastouder word je niet omdat je een hekel hebt aan kinderen. De gastouders die ik ken, verzorgen de kinderen alsof ze eigen zijn. Wat ging er mis op dit fatale moment? Waren alle kinderen die ochtend vervelend? Had ze zorgen of een slapeloze nacht achter de rug? Het blijft gissen. Wat we wel weten is dit: deze vrouw ging hopeloos de fout in en verdwijnt voor vier jaar achter de tralies.

Het is niet genoeg, het is nooit genoeg. Ik begrijp de emotie achter dit alles. De ouders van het kleine meisje krijgen nooit meer hun dochter terug. Maar wat lost een celstraf op? Vier jaar zal deze gastouder doorbrengen in opsluiting. Ze wordt uit de maatschappij gehouden. Waarom? Is zij een gevaar voor zichzelf of anderen? Het artikel zegt niet waarom ze deed wat ze deed. Is ze psychisch niet in orde? Waarom krijgt ze dan geen hulp in plaats van celstraf? Het vonnis is doodslag omdat ze beter had kunnen weten. De straf die daar bij hoort, heeft ze gekregen.

Fouten moeten worden bestraft volgens ons rechtssysteem. Ik twijfel eraan of celstraf in dit geval het juiste vonnis is. Pak haar licentie af en laat deze vrouw nooit meer voor kinderen zorgen. Geef haar de hulp die ze nodig heeft, maar sluit haar niet op.

Deze vrouw heeft al levenslang gekregen…

person-1821413_1920
Bron: Pixabay.com


Ook verschenen op HoeVrouwenDenken

Geplaatst in Afscheid, Angst, Dankbaarheid, Den Haag, Ik, Liefde, Strand, Toekomst, Vooruitgang, Werk

The start of something new…

 

Anderhalve week geleden startte ik bij mijn nieuwe werkgever. De laatste minuten voordat ik de IMG_20170306_191150_636_resizeddraaideur doorging en binnenkwam in het immense gebouw voelden als de start van een eerste schooldag. Wat had ik graag mijn moeder aan de hand gehad die nog even bij me kon blijven voor ik werd overgeleverd aan de juf die een vreemde voor me was. Maar helaas, ik was alleen en met buikpijn van de zenuwen schudde ik de hand van mijn nieuwe juf manager. Het ging beginnen.

De eerste week vond ik, eerlijk gezegd, verschrikkelijk. Al die gezichten, al die nieuwe termen, afkortingen, programma’s enzovoorts. Het duizelde me. Met het rondje door het gebouw waren we een halve dag bezig. Zelfs een simpel doosje paperclips halen was een hele onderneming. Het is er zo groot dat ik voortdurend mijn eigen werkplek kwijt was. En het toilet. En het koffieapparaat.

Mijn nieuwe collega’s (veertig in mijn team, ruim honderd op de afdeling) waren vriendelijk en meer dan bereid om me met alles te helpen. Toch kon ik na een paar dagen niet anders concluderen dan dat ik beroerd was van de heimwee. Wat verlangde ik terug naar de plek waar ik zestien jaar had rondgelopen. Naar werk dat ik kende en mensen die ik liefhad.  Ik realiseerde me ineens dat dat allemaal voorbij is. Echt voorbij. Ik woon nu hier, werk nu hier en ben ver bij mijn vriendinnen en familie vandaan. Even janken bij mammie gaat niet meer zo makkelijk als vroeger. Het greep me die eerste week naar de keel.

Maar dan…

Weekend. Het zonnetje schijnt. Tijdens uurtjes op het dakterras met een boek en een kop thee, voel ik de spanning uit mijn schouders wegebben. Ik spreek mezelf vermanend toe. ‘Kom op zeg, je bent een grote meid. Je kunt en wilt dit. Je hoofd en hart zijn na jaren eindelijk op dezelfde plek. Je ligt elke avond in de armen van de liefste man die je je maar wensen kan. Geen gezeik, geen gebrul om mama, schouders eronder en gaan.’

Dus liep ik afgelopen maandag met opgeheven hoofd het kantoor binnen. Ik zocht een plekje ergens middenin de afdeling (flexwerken, echt het blijft ruk!) en kletste hier en daar wat met mijn nieuwe collega’s. Ik lachte zelfs een paar keer. Ik snapte waar ik mee bezig was en met welke projecten ik me mag bemoeien. Mijn nieuwsgierigheid nam de overhand en de zin om me in mijn werk te begraven nam toe.

Dinsdag. Mijn eerste externe vergadering. Met de tram reis ik helemaal naar het uiterste puntje van Scheveningen: Het Zwarte Pad. De tour door de stad is een belevenis. Lijn 1 is een oude, gammele tram en hij komt langs vele hotspots die de stad rijk is. Ik kijk mijn ogen uit. Op het eindpunt zit ik nog als enige en ik zwaai naar de machinist wanneer ik uitstap. Het zonnetje schijnt en ik zie de zee voor me liggen, evenals het hotel waar ik moet zijn. Ik ben te vroeg omdat ik hier even rond wil kijken. Dit stuk hier, de boulevard en het strand, is onderdeel van één van mijn projecten. Natuurlijk ben ik veel te vroeg, bang om op het laatste moment, of te laat, aan te komen. Het is fris, maar ik besluit toch even te gaan zitten op een bankje op de boulevard. Op het strand is het druk, de strandtenthouders zijn bezig met het opbouwen van hun tenten. Er wordt hard gewerkt en de lente hangt in de lucht. Heerlijk! De frisse wind drijft me naar binnen waar ik onder het genot van een kop thee en een lekkere muffin (hier geen droge koekjes, maar een muffin!), naar buiten staar. Mijn e-reader ligt onaangeroerd op mijn schoot. Ik staar naar buiten, naar de duinen en de zee en een glimlach verschijnt op mijn gezicht.

 

Het is me gelukt….

 

 20170314_095602_resized

 

Marga, 17 maart 2017

 

Geplaatst in Afscheid, Divers, Hoe vrouwen denken, Ik, Schrijven, Sporten, Verdriet, Vooruitgang

De Brief die ik nooit verstuurde

 

Vele malen heb ik nadat het gebeurde ’s nachts in bed gelegen om een brief te schrijven aan jou. Ik heb het nooit gedaan, ondanks dat ik je graag wilde vertellen wat jouw opmerking destijds met me heeft gedaan en hoe dat mijn verdere leven heeft beïnvloed. Nu is het te laat. We zijn vele jaren verder. En de brief die ik nooit schreef, schrijf ik hier. In de hoop het los te kunnen laten.

Dit is voor alle sportinstructeurs, juffen en meesters en alle anderen die met kinderen en jong volwassenen werken.


 

Beste T,

Ik hoop eigenlijk dat je deze brief nooit leest. Na al die jaren zou het niet veel zin meer hebben om te weten hoe ik me toen voelde. Dansen was mijn leven. Dat wist jij als geen ander, je gaf me tenslotte al les vanaf mijn vijfde. Ik groeide op, mede onder jouw vleugels en je werkte enkel met meiden en hun onzekerheden. Je had beter moeten weten dan de mijne te voeden. Ja, ik werd dikker naarmate ik ouder werd en ja, daar waren allerlei oorzaken voor aan te wijzen. Was het nodig om me van frontlady te degraderen naar een paar rijtjes naar achteren? Omdat ik niet meer in jouw perfecte plaatje paste? Dik is tweederangs. Ik voelde het toen letterlijk en dat heeft me de rest van mijn leven achtervolgd. Nog altijd voel ik me minder dan een slankere andere en ben ik alleen maar bezig met wat anderen van me vinden. Nog altijd is het hels voor me om in mijn eentje voor een groep te staan, of langs een overvol terras te wandelen.  

Dansen heb ik nooit meer gedaan. Ik verloor een liefde. Door jou. Ik weet dat je het goed bedoelde na mijn laatste optreden. “Misschien moet jij na de pauze maar een T-shirt aantrekken over je strakke pakje.” Je zei later dat je me wilde beschermen tegen harde woorden van anderen. Je wilde niet dat ik uitgelachen werd. Was het niet beter geweest om me apart te nemen en een gesprek met mij daarover te voeren in plaats van die mededeling eruit te gooien in een overvolle kleedkamer met al mijn teamleden en hun moeders? Heb je enige idee hoe ik van schaamte niet wist hoe snel ik weg moest komen? Hoe ik huilend naar huis ben gefietst en daarna mijn dansschoenen aan de wilgen heb gehangen?
Ik ben het nooit vergeten. Weet nog letterlijk wat je zei en hoe ik me toen voelde. Alleen, met mijn te dikke lijf in het te strakke pakje tussen alle meiden die wel aan jouw plaatje voldeden. Alle ogen op dat moment op mij gericht. Vol medelijden. Heb je enig idee hoe vaak ik wakker heb gelegen toen je vertelde wat de nieuwe outfit voor dat seizoen zou worden? Heb je énig idee met hoeveel moeite ik mezelf had verteld dat het er niet toe deed hoe ik eruit zag en dat het ging om mijn danskwaliteiten? Ik denk het niet. Je haalde mijn zelfvertrouwen in één middag onderuit en ik kan je zeggen, dat is nooit meer goed gekomen.

Wat had ik graag destijds de moed gehad om je te vertellen hoe ik me voelde. Ik kon toen echter ook niet vermoeden welke invloed het zou hebben op de rest van mijn leven. Je hebt me beschadigd. Door je handelingen en je opmerkingen. Door de wijze waarop je aan onze groep hebt lesgegeven en diegenen voortrok, die op jouw favorietenlijstje stonden. Lang heeft het me van binnen verteerd en over gaat het nooit. Maar ik wil dat je weet dat ik je vergeef. Dat ik weet dat je het beste met me voorhad en jij andere belangen had. Het wordt tijd voor mij om het los te laten. Het gewicht van afwijzing los te laten. En jou en het verdriet dat je me deed te laten gaan. Ik ben opnieuw begonnen en bijna veertig.

Ik wil me niet meer zo voelen. Het is klaar! Ik koester mijn gezonde lijf, met wat kilo’s meer. Het gevecht stopt nooit helemaal, maar ik wil me niet meer schamen. Ik omarm en laat los.

En jou ook.

Het ga je goed.

Marga

Dit bericht verschijnt tegelijkertijd op Hoe Vrouwen Denken