Geplaatst in Divers, Relatie

Lesje seksuele voorlichting uit de jaren ’50


januari 2018

Van een vriendin mocht ik het boekje ‘Boek voor verloofden en jonggehuwden’ (geschreven/samengesteld door H.L. Batenburg) lenen. De publicatiedatum wordt niet genoemd, maar het werkt dateert van ergens tussen 1900 en 1950. Het epistel bereidt verloofden en jonggehuwden voor op het huwelijkse leven en dan alleen op het gebied van gemeenschap en de gevolgen van deze ‘vleselijke lusten’.

Zin om te seksen?

Ik lees wat passages voor aan mijn puber, die niet meer bijkomt van het lachen. Hij kreeg zijn voorlichting al op dertienjarige leeftijd van dokter Corrie en dat ging ongeveer zo: Dit is een piemel, dit is een vagina, de piemel gaat in de vagina en dan komt er een kind. Als je dat wilt. Als je dat niet wilt, doe je er een condoom omheen.

Heldere taal. In dit boek zijn er maar liefst 108 pagina’s nodig om de technische kant van het hele seksgebeuren uit te leggen. Terwijl ik het lees, stel ik me voor dat een totaal onwetende vrouw dit boekje ontvangt ter voorbereiding op haar aanstaande huwelijk. De zin om te seksen zou me totaal zijn ontgaan.

No Kamasutra

“Er zijn weinig vraagstukken die zo zeer verdienen dat onze belangstelling er levendig door opgewekt, onze nieuwsgierigheid er door geprikkeld wordt, dan het gewichtige onderwerp der verrichtingen, die ten doel hebben het voortbrengen van nieuwe wezens en de eindeloze voortzetting der soorten.”

In het voorwoord begint het al goed. Seks is niet bedoeld voor genot, maar voor het voortbrengen van nieuwe wezens van onze soort. Dit boek geeft dan ook geen Kamasutra-standjes, maar wel antwoord op de “geneeskundige wetenschap der voortteling, een wetenschap die ieder dient te bezitten die de weg der geslachtsvereniging bewandelt of voornemens is die te gaan bewandelen.”

Een lesje voortplanting uit 1950

Hoofdstuk 1 start met de geslachtswerktuigen van de man en van de vrouw. Bij de plastische beschrijving van de werktuigen ontgaat je de lust meteen. Het belang van de werking van de werktuigen wordt aangeduid, want hoe weet je wat je ermee moet doen, als je niet weet hoe het eruit ziet of hoe het werkt. En natuurlijk starten we met de mannelijke organen, al wordt vooraf wel even duidelijk gemaakt dat de rol van de vrouw in de voortplanting en de opvoeding een stúk groter is dan die van de man. Dat dan weer wel:

“Alhoewel de vrouw de eerste plaats schijnt te kleden in het grote werk der voortteling, wat betreft het gevoel der liefde en der moederlijke tederheid, vanaf de tijd, gedurende welke zij in haar schoot de vrucht draagt van het mingenot [seks], na afloop waarvan de werkkring van de man ophoudt [klaarkomen], en eindelijk door hevige pijnen die zij doorstaat om die vrucht in de haven des levens neer te leggen [bevalling], soms ook om haar te zogen en haar wankele pasjes te leiden [borstvoeding en algemene opvoeding], toch zullen wij, om ons aan een algemeen aangenomen gebruik te houden [de man is het belangrijkste] beginnen met de geschiedenis der voortteling bij de man.”

Een veelvoud aan voorttelingsorganen

Vrij vertaald staat in de passage daarna dat voor de leek de organen bestaan uit de “roede” (ik krijg ineens een heel apart idee van zwarte piet die zwaait met zijn roe) en de balzak. Maar nee, waarde lezers, de man heeft ‘bijzondere inwendige hulporganen’ waar het ’teelvocht bereid wordt, welke wordt uitgeworpen en wordt overgebracht in het inwendige van de vrouw’. (Het ‘hoe’ komt hierbij niet aan bod, een vrij essentiële passage als je het mij vraagt.)

Na vijf pagina’s over de balzak, sperma, zaadbuizen en andere vochtigheden komt de roede, ook wel “voorttelingsorgaan” aan de beurt. Een bijzonder apparaat, want is bestemd voor een dubbele verrichting: het lozen van urine en het uitwerpen van teelvocht. “De vorm, de vastheid, de afmeting en de richting der roede verschillen al naar gelang zij (‘zíj’ – haha!) in een stijve toestand is of niet. In het laatste geval is zij cylindervormig, week (gatver), kort en afhangend (woehahaha), in het eerste geval krijgt zij een prismatische vorm (huh?), wordt vast, stijf en richt zich tegen de onderbuik op.”

Geniale zin

De volgende zin is geniaal:
“Daar het steeds onze lust is de natuur op haar schoonst te bestuderen, zullen wij de roede in laatstgenoemde toestand een beschrijving gaan geven.”

Die arme, onwetende, verloofde vrouw. Verwacht een stoort stalen lans te zien en wordt 80% van de tijd getrakteerd op een weke, afhangende, naaktslak. Hoewel, hoe vaak zagen echtelieden elkaar naakt in die tijd zonder dat er sprake was gemeenschap?

Wat volgt, is een plastische beschrijving van de “roede” waar ik zelfs nog wat van kan leren. De voorzijde, zijvlakken, randen, sponsachtige lichamen, eikelkroon en de scheepsgewijze groeve (wat?) komen uitgebreid aan bod.

Ziekmakende penisharen

Ook bijzonder: de haren op de “roede” kunnen zeer doen als deze te ruw wordt ingebracht in de schede, gaan ontsteken en dan kanker veroorzaken aan de baarmoeder. Het wordt allemaal steeds aantrekkelijker. Passages als: “Het slijmvlies van de voorhuid bereid een smerig vocht” zorgen er ook voor dat je enorm veel zin krijgt om je huwelijk te consumeren.

Modern is de waarschuwing aan de man om niet te snel “uit te werpen”. Pure poëzie. Let op heren: belangrijke instructie:
“Tengevolge van een te snelle uitwerping kan de vrouw niet geheel delen in de verrukking van het genot en brandt zij nog van liefdevuur als zulks bij de man reeds is uitgeblust. Wat betekent een dergelijk genoegen wanneer het wezen, ’t welk wij aanbidden, onze heerlijke verrukking niet deelt.”

Pure wellust

We zijn inmiddels op pagina 22 en daar, tussen de slijmdruipers en verharde opperhuidjes, staat het dan: “Eenmaal in staat van erectie kan de roede in de schede van de vrouw dringen en door de herhaalde beweging van het bassin (bassin?!?) en de wrijving die daaruit volgt, is de gevoeligheid tot op de hoogste graad geprikkeld en heeft alsdan de uitwerping van het zaad in de organen der vrouw plaats. Op dat ogenblik zijn beide geslachten als verloren in een onbeschrijfelijk wellustig gevoel, zij schijnen alsdan slechts te leven voor de verrichting welke zij volbrengen.”

Halleluja!

Geslachtsgenot, leuk maar liever niet teveel

De uitleg van de geslachtsdelen van de vrouw begint bij de baarmoeder, uiteraard het belangrijkste gedeelte, aangezien de voortplanting het hele doel is van al dat gezellige gedoe. De eierstokken, baarmoedertrompetten [eileiders, hahaha], schede, bekken, venusheuvel en schaamspleet [hét nieuwe woord voor de vagina] komen in vogelvlucht voorbij en helemaal aan het eind, last but not least, de clitoris welke “de bijzondere zetel vormt van het geslachtsgenot bij de vrouw”.

Maar ouders, opgelet! “Het is bekend dat sommige jonge meisjes die een vroegrijp temperament bezitten en niet voldoende door hun ouders bewaakt worden (oh, grote zonde), er een behagen in vinden om er beurtelings aan te trekken (au) en op te drukken. De omgang der kinderen onderling vereist een bijzondere aandacht, er volgt meermalen de gewoonte der zelfbevlekking uit. “

Masturberen is gevaarlijk!

‘Gelukkig’ is de waarschuwing weer duidelijk:
“Deze hebbelijkheid bereidt die borstaandoeningen voor, welke tegen het twintigste jaar vaak dodelijk worden. Men moet vermaken vermijden welke geschikt zijn om te overprikkelen. Het lezen van romans, het bezoeken van schouwburgen en muziekmaken hebben dikwijls noodlottige gevolgen gehad.”
Oftewel, van het bezoeken van het theater ga je masturberen en van masturberen ga je dood. Juist. 

Aan het woord is een dokter die vertelt over een jong meisje van achttien, tot dusver gezond tot haar krachten afnamen en ze ziek werd. “Een waterzuchtige zwelling had haar ganse lichaam aangetast. Ze raadpleegde een bekwame chirurg die tot het vermoeden van masturbatie kwam. Hij deed haar het gevaar inzien van deze gewoonte, waarvan het nalaten in enkele dagen de vordering van de kwaal tegenhield.”
Als dit niet zo triest was, dan zou ik erom lachen. Ik denk weer aan mijn puber voor wie seks, lezen over seks, praten over seks en leren over seks zó toegankelijk is.

De schoonheid der vrouw

Hoofdstuk 13 behandelt de schoonheid van de vrouw. Dames, checklist voor het gemak bijgevoegd. En? Voldoen we nog een beetje?

De rest van het boek gaat over zwangerschap en geboorte, manieren om het geslacht van je kindje al tijdens de conceptie te bepalen (linker of rechterzij na de uitwerping) en de wijze waarop je slimme kinderen kunt verwekken (“de geest van de vrouw die voornemens is te huwen, moet zich alleen bezighouden met gedachten die geschikt zijn om het gebied van haar verstand te vergroten en tijdens het dragen van de vrucht niet worden blootgesteld aan beuzelachtige werkzaamheden die de kring harer verstandsverrijking kunnen verkleinen” – ik weet nu eindelijk wat er bij mij fout ging) en, jawel, de heilige liefde in een huwelijk (“De liefde is geheiligd door de heilige instelling van het huwelijk”).

Mannen, de uitsmijters zijn voor jullie

Tip 1: Houd je ballen schoon, dan is de kans groot dat jullie “een groot teelvermogen houden tot op gevorderde leeftijd”.
Tip 2: Masturbatie is ook voor jullie uit den boze. Niet alleen is alleen het huwelijk de meest natuurlijke en zedelijke oplossing om je zaad te lozen (het liefst alleen voor het verwekken van kinderen), maar dit heeft ook vele voordelen. Al het opgekropte zaad komt namelijk weer in je bloed terecht en wordt opgenomen door je spieren. Spierbundel en wasbordje gespot op het strand? Allemaal opgekropt zaad. Je blijft er ook een stuk slimmer door, zo schijnt ’t. Maar helaas:
“Bij degene wiens temperament nogal vurig is en wiens geest onwillekeurig geneigd is om denkbeeldige denkbeelden te koesteren en bij wien veelvuldige dromen een gebiedende behoefte verraden, zullen de nachtelijke zaaduitstortingen steeds talrijker zijn en van dat ogenblik af de oorzaak zijn van een snelle verzwakking”.
Wees gewaarschuwd!

Algemene conclusie van het boek en een wijze levensles:
Van teveel seks, denken aan seks, seks met jezelf en zelfs seks met je eigen vrouw, word je ziek. “Een gelukkig ouderdom is de beloning voor matigheid en vooral voor onthouding”.

Graag gedaan!

Geplaatst in Hoe vrouwen denken, Liefde, Met een knipoog, Relatie, Vriendschap

Tinder

Als gelukkige ‘partner-van’ heb ik nooit hoeven daten. Het fenomeen Tinder was mij dan ook volledig vreemd. Tot vorige week vriendin D langskwam. D is mooi, lief en geweldig. En vrijgezel, dat ook. Waarom is me een compleet raadsel, maar ze is het en wil het niet zijn. Daarom zit ze op Tinder. Op zoek naar liefde net als véle anderen zo ontdekte ik tijdens een kop thee in een restaurantje aan het Haagse strand.

Bron: Stocksnap

Ik leerde te Tinderen. Swipe naar links is bah, swipe naar rechts betekent aha leuk. En als je geluk hebt, dan heeft die ander ook al eerder naar rechts geswiped en dan is er een match. Hele hordes mannen passeerden de revue. Binnen een seconde werden ze door D afgeserveerd. Waarom vroeg ik haar. Er kwam een ‘what not to do on tinder’ lijstje.

– Mannen die met een vis op de foto staan (kijk mij eens een grote vis kunnen vissen. En serieus is er iets onsexiër dan vissen?)
– Mannen die met hun kinderen op de foto staan (kijk mij eens een fantastische vader zijn. Ik ben zo trots op mijn kinderen dat ik ze zelf voor iedere mafkees zichtbaar op een datingsite zet)
– Mannen die sportief zijn of graag zouden willen zijn en daarom met snowboard op de foto staan (kijk, ik sport!)
– Onuitspreekbare namen (oooh tjszaheram neem me!)
– Mannen die een wensenlijstje op Tinder zetten waaraan hun vrouw moet voldoen (ik ben zelf zó geweldig, ik verlang daarom alleen het allerbeste)
– Te kleine mannen (hoe gaat het daar beneden?) en te grote mannen (ik kan er niet bij)
– Lange voorstellulverhalen (ik ben lelijk en probeer dat goed te maken met mijn sprankelende persoonlijkheid)
– Lange lulverhalen met taalfouten (me kinderen, serieus?)
– Korte lulverhalen met taalfouten (drie zinnen en dan nog niet foutloos?)
– Met bier op de foto (zuipschuit), vooral Schultenbrau (zuipschuit en armoedzaaier)
– Met anderen op de foto (kijk mij eens vrienden hebben en wie is in vredesnaam wie? Zoek gewoon de knapste uit. Één tip, die is het meestal niet)
– Maar één foto hebben (nepprofiel?)
– Ik heb een vrouw maar zij weet dat ik op Tinder zit (duuuhhsss……)
– Openminded (ik doe het ook met anderen)
– Dol op healthyfoods (doe mij maar een frikandel en come on, welke echte vent gebruikt het woord healtyfoods???)
– Te oud (want kinderwens)
– Te jong (want kinderwens)
– Teveel haar of te weinig haar
– Haar op de verkeerde plaatsen (geloof me, je ziet soms meer van de heren dan je lief is)
– Speaking of that, piemels op een datingsite, doe maar niet….

Bron: Stocksnap

Ik leerde wat ONS betekent (geen One Night Stands), en ik leerde binnen een seconde een man te beoordelen. Niets voor mij, ze zagen er allemaal nog steeds prima uit. Kennelijk kijk ik heel anders naar mannen. Of ben ik gewoon niet kritisch, dat kan natuurlijk ook. Feit is wel dat ik blij ben dat ik niet hoef te daten. Ik zou hier een dagtaak aan hebben. Ik zoek in iedereen wel iets moois en als ik een match heb met iemand, dan zou ik het zielig vinden om niets van me te laten horen. Ik zou alle teksten lezen en alle foto’s bekijken. Niet iemand op basis van 1 seconde al afserveren. Wat nou als ik de man van mijn dromen met één swipe in de prullenbak mieter?

Ik vind daten maar moeilijk. Ik heb een te gevoelig hart en het beoordelingsvermogen van een mug. Dat zou een ramp worden.

Terwijl naast ons een stelletje volledig opgaat in elkaar, zoekt D online verder naar liefde. Ik verlangde ineens intens naar de warmte van mijn man. Wat gun ik haar dat ook!

Marga, 8 februari 2017
Geschreven voor http://www.hoevrouwendenken.nl

Geplaatst in Divers, Edwin, Relatie, Toekomst

Rust

“Wat zie je er moe uit, gaat het wel goed met je?” Wat hoorde ik het vaak de laatste tijd en wat blijft het antwoord moeilijk  te geven. Met een gezond kind, gezond lichaam, een lieve vriend, een vaste baan, eigen bedrijf, genoeg eten op de plank en geen geldzorgen kun je toch eigenlijk  niet anders dan hier volmondig “ja” op antwoorden. En dat doe ik dus ook meestal, vooral omdat mensen doorgaans niet zitten te wachten op je hele relaas. Of dat relaas niet begrijpen als ik toch weer eens mijn gevoel laat spreken. Ik kan het ze niet kwalijk nemen. Ik snap het zelf niet eens.

Al jaren is mijn leven een achtbaan van het ene diepte-, naar het andere hoogtepunt. Van afscheid nemen en opkrabbelen, van verhuizen en reizen, van heerlijk samen naar eenzaam alleen, van een traan op een harig hondenhoofd naar een zwaaiend afscheid en van vele kilometers met de kleine man of alleen op donkere snelwegen.

Ik snak naar rust. Naar gewoon thuis, wij met zijn drietjes, met onze harige dochter en met mijn bonusdochters die af en toe aanschuiven. Naar gewoon weer op één plek wonen en de reistas alleen nog hoeven gebruiken als we er samen op uit trekken. En nee ik heb werkelijk niets te klagen en alles voor elkaar.. Dat weet ik want ik tel die zegeningen elke dag. Ik ben alleen zo allemachtig moe…

Lieve schat wat ben ik blij dat je na al die jaren nog steeds geduldig op me wacht. Dat je begrijpt waarom ik het aan Thomas verschuldigd ben om hem niet nu al mee te nemen. Dat je elke keer maar weer luistert naar al mijn zorgen en bezwaren en me vasthoudt als ik weer eens huil om niets..

Om niets, want we hebben alles, huisje(s), boompje en een beestje. Ik zou er alleen zo graag samen eens van willen genieten. Zonder dat continue aanwezige gevoel van het naderende afscheid. Ik wil de tijdelijkheid van ons afschudden en aan het avontuur beginnen. Omdat ik dan eindelijk weet of we het redden. Wij samen, na al die jaren los van elkaar met 160 km tussen ons in.

We zijn allemaal zo verschrikkelijk toe aan rust….

 

Marga, 23 november 2014

Geplaatst in Relatie, Ruzie

Eeuwig

“Heerlijk hè”, fluistert hij in haar haar. “Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest.” Ze krult zich genietend nog wat verder op in het holletje van zijn arm. De wereld om hen heen bestaat niet meer. Slechts het gekwetter van de vogels en het zachte klotsen van het water tegen de oever worden waargenomen. De geluiden van de spelende kinderen in het stadspark sterven weg in het oorverdovende geluk wat hen beiden als een cocon omringt.
“Wat hebben we het toch goed”, hoort hij naast zich en hij hhmmt instemmend terug. Woorden zijn overbodig, ze begrijpen elkaar ook zonder. Zo anders dan bij al die andere relaties die hij eerder had. Het gelukt stroomt door hem heen als hij een zacht kusje op haar haren drukt. “Waar zou onze eerste ruzie over gaan?”, zegt ze dan. “Vast over iets onbenulligs”, zegt hij, na een lange stilte.
Ruzie? Hij kan zich niet voorstellen dat hij ooit boos zal worden op het heerlijke schepseltje in zijn armen. Hoe zal ze eruit zien als ze boos is? Krijgen de ogen die nu zo liefdevol in de zijne kijken dan een andere glans? Gaat hij schreeuwen of vervallen ze samen in een vernietigend zwijgen? Lang zal hij niet boos op haar kunnen blijven dat weet hij zeker. Hij houdt zoveel van haar…

Zijn hart zwelt op als hij haar nog wat dichter tegen zich aantrekt.  Hij voelt de warmte in zijn lijf en de bijbehorende reacties.  Het liefst had hij haar hier ter plekke de zijne gemaakt. Zijn handen dwalen over haar lichaam en ze rilt als hij zijn hand over haar blote rug laat glijden. Hij voelt de haartjes op haar armen overeind komen en hij drukt een kus op haar uitnodigende mond.  Ze kust hem terug, bijt zachtjes op zijn lip en hij kreunt.  “Vanavond ben je van mij”, fluistert hij en hij voelt het vanuit zijn tenen. Hij heeft niets meer nodig dan dit..

“Je begrijpt me niet”, bijt ze hem toe. “Voor de zoveelste keer niet. En weet je hoe dat komt! OMDAT JE NIET LUISTERT. Omdat je zo vast zit in je eigen denkbeelden dat je die van mij gewoon  niet meer HOORT.” Diep van binnen weet hij dat ze ergens tussen haar ontoerekeningsvatbare onredelijkheid wel een beetje gelijk heeft. Hij hád beter kunnen luisteren en zich kunnen inleven in haar gevoel. En ja misschien had hij ook moeten reageren toen ze hem van alles toebeet.  Maar hij was verrast door haar harde woorden. Het ene moment was alles nog goed, het volgende had hij álles fout gedaan en werd hij om zijn oren geslagen met onwerkelijke oude koeien. Wat zegt ze nu toch allemaal, waar gaat dit nou eigenlijk over?
“Zit je hier verdomme weer te zwijgen. Kan ik deze conversatie net zo goed voortzetten met de muur daar”, roept ze. Haar woorden treffen doel.

Wat?

“OH IK DOE WEER ALLES VERKEERD ZEKER”, hoort hij zichzelf schreeuwen en hij bijt haar nog een “BEKIJK HET MAAR” toe.

Zwijgend liggen ze naast elkaar. De naad tussen de twee matrassen groeit tot een metershoge muur die de twee kampen van elkaar scheidt. Zijn hart bonkt en zijn hoofd maakt overuren. Hij is boos op haar, woedend zelfs, vanwege dat eeuwige gezeur dat hij dingen fout doet. Of misschien was dat niet helemaal wat er gebeurde, want ergens tussen het schreeuwen door is hij de draad kwijtgeraakt.  Maar uiteindelijk zal het allemaal wel weer zijn schuld zijn. Hij verlangt intens naar de warmte van haar lichaam en wil eigenlijk zijn hand uitsteken om haar aan te raken. Hij doet het niet…
Naast hem hoort hij haar versnelde en woedende ademhaling. Het is nu een kwestie van tijd dat ze het gesprek op een rustigere toon voortzet.  Dat doet ze altijd want ze heeft een hekel aan ruzie. Hij ook trouwens.  Toch gebeurt het soms en meestal leidt het tot meer wederzijds begrip.  Die gedachte troost hem een beetje.
Ze heeft het koud, hij voelt haar rillen, maar zijn trots weerhoudt hem om haar aan te raken. Hij voelt zich moe. Waarom moeten vrouwen toch altijd in bed ruziën? Hij wil slapen.  Het duurt lang deze keer voordat ze het gesprek weer begint en hij voelt zijn oogleden zwaar worden…

Ja hoor, hij gaat verdomme gewoon liggen slapen. Ik lig hier opgefokt te zijn en te wachten tot hij terugkomt op zijn woorden en híj valt gewoon in slaap.

God wat zou ik hem graag vasthouden en zeggen dat het me spijt. Ik had een lange en vervelende dag, misschien heb ik wat te heftig gereageerd. Ik wil ook helemaal geen ruzie, ik hou zoveel van hem…

Een voetbal van een spelend kind wekt hen. “Ik had zo’n vreemde droom” zeggen ze allebei tegelijk waarna ze in de lach schieten.
“We hadden ruzie en we konden niet meer met elkaar praten. We begrepen elkaar niet meer en je keek zo verschrikkelijk boos naar me. Het was zo akelig”, zegt ze zacht. Even is het stil…
“Ik droomde hetzelfde”, zegt hij dan. “Ik wilde je aanraken maar durfde niet en ik mistte zo intens het gevoel van je warme huid.”

“Ik hoop dat we nooit ruzie krijgen en dat dit gevoel voor altijd zo blijft”, zegt ze, terwijl ze diep in zijn ogen kijkt en hij denkt:

Ik ga nog liever dood dan dat ik jou ooit zal kwetsen….

Marga, 18 mei 2014

 

Geplaatst in Relatie

Concessies

Een relatie is geven en nemen. Elk zelfhulpboek over huwelijken en haar ups and downs zal je dit vertellen. Volledig overbodig eigenlijk, want ieder weldenkend mens snapt dat het zo werkt. Je kunt niet allebei meer precies doen waar je zin in hebt op het moment dat je besluit een eenheid te worden. Als je een “samen”  vormgeeft, doe je concessies. Je laat dingen los en vindt andere dingen.
Maar wat als die concessies voornamelijk van 1 kant moeten komen? Wat als je zoveel water bij de wijn hebt gedaan dat het niet meer te drinken is? Wat als je zo vaak hebt geknikt en gezwegen, gelaten hebt en genegeerd en dat stemmetje in je hoofd keer op keer het zwijgen hebt opgelegd. Dat je zover hebt gebogen dat je rug er letterlijk pijn van doet en je zover bij je eigen ik bent weggedreven dat het niet meer dan een klein stipje aan de horizon is? Wordt het dan niet eens tijd om aan de bel te trekken?
Helaas werkt voor veel mensen een relatie beperkend. “Ik mag dit of dat niet van mijn man/ vrouw”. Sinds wanneer laat jij het toe dat een ander dingen voor jou bepaalt? Stel jezelf de vraag wat jou gelukkig maakt. Pleit ruimte voor jezelf, maar leg uit waarom het nodig is en kom in overleg tot een middenweg. Ook jij hebt maar 1 leven hier en je hebt net zoveel recht op levensgeluk als je partner. Liefde is ook vrijlaten en de ander de ruimte te geven zijn of haar leven in geluk te leven.
Ik heb gelukkig geluk gehad met de mannen in mijn leven. Voor hen was en is mijn geluk evenzo belangrijk als dat van henzelf, maar wat zie ik het om me heen vaak anders.
Ben jij degene die droomt, verlangt en hoopt en van wie je eigen ik in een hoekje wacht tot hij eindelijk aan de beurt is? Kom op! Ga leven en geniet, het leven is te kort. Ga het gesprek aan thuis, want er komt een tijd, dan wringt het kapot.
Of ben je zo iemand die zijn of haar partner probeert te boetseren naar een ideaalbeeld? Zo iemand die het verlangen en de onrust voelt naast zich op de bank, maar het laat gebeuren en kiest om het te negeren. Trek die strop niet zo strak aan en maak het lijntje langer, want het komt… dat moment dat hij of zij keihard begint te rennen en dat het lijntje dat je zo wanhopig probeerde in stand te houden, breekt. 
Niemand houdt het vol om eeuwig bij zichzelf vandaan te blijven, iedereen zoekt uiteindelijk naar de kern. Vroeg of laat wil je weten wie je bent en wat je echt wilt. Maak die zoektocht samen, verrijk elkaars leven, heb respect voor wederzijdse verlangens en behoeftes en onthoud 1 ding:

Het kan maar 1 keer kapot en wat er dan gebroken is, komt nooit meer terug.

Marga, 9 juli 2013

Geplaatst in Relatie, Tunnelvisie

Tunnelvisie

Ik las laatst een artikel over het verschil in “dingen zien” tussen mannen en vrouwen.
De uitleg waarom mannen nooit iets kunnen vinden. Een openbaring wat mij betreft, want ik had een antwoord op een dagelijks terugkerende ergernis.

Zoeken is voor de man meestal niet meer dan: Ik werp een blik, kan het niet vinden, beschuldig vervolgens mijn vrouw/vriendin van opruimen om daarna de cruciale fout te maken door haar te vragen om dan vooral zélf maar te constateren dat het er écht niet ligt.
Fout, fout, fout, want het ligt er natuurlijk gewoon wel. Vrouw/ vriendin heeft niks kwijtgemaakt c.q opgeruimd en eind van het liedje is (natuurlijk) dat zij gelijk had en hij niet.

Inmiddels ben ik er achter dat deze, laten we het maar even afwijking noemen, eigenlijk helemaal geen afwijking is, maar slechts een genetisch bepaalde eigenschap.
Mannen hebben tunnelvisie. Zij zien niet meer dan wat er recht voor hun neus staat en kunnen minder om zich heen kijken dan vrouwen.
Waarom?
Omdat ze dat in de oertijd nodig hadden voor de jacht. De vrouw bewaakt het nest, kijkt daarbij 360 graden om zich heen om de kindertjes (of wat dan ook) te beschermen tegen indringers en bedreigingen.
De man loopt intussen met blik op oneindig achter een hert aan te rennen in de hoop daarmee te voorzien in de avondetenbehoefte.
Hij moet zich daarbij niet laten afleiden door zijn omgeving, want dat ene hert, dat is belangrijk.

Prachtige verduidelijking van het mannelijke brein en zo logisch.. De arme schatten kunnen er niets aan doen, ze zien het gewoon niet. Dit geldt overigens dan ook denk ik voor spullen op de trap waar nog net niet een bordje “Ik moet mee naar boven” bij staat.
Inmiddels kent mijn lief deze theorie ook en daar wordt dus behoorlijk misbruik van gemaakt. “Wil je me helpen, ik kan het niet vinden en daar kan ik helemaal NIKS aan doen.”

Toch is het raar dat deze tunnelvisie blijkbaar alleen niet mee is geëvolueerd als het gaat om dingen vinden en zoeken.
Want in gesprek met het ene hertje wordt er toch zeker wel gekeken naar andere herten die voorbij dartelen. Voortdurend wordt de afweging gemaakt of dit het hert is wat de aandacht verdient of dat er niet beter achter dat andere sappige exemplaar aangelopen kan worden.

Mooie theorie dus, maar het geldt blijkbaar niet voor alles.
En gelukkig maar.. Blind zijn voor je omgeving is namelijk helemaal niet leuk. En het idee van tunnelvisie op mijn persoontje geeft me ook een behoorlijk claustrofobisch gevoel eerlijk gezegd.

En dus blijf ik maar gewoon met liefde de boter, sokken, die éne blouse en andere artikelen zoeken voor mijn lief en lekker om mij heen kijken..
Wat hij mag, mag ik ook….

“Ik kan er niks aan doen schat, het is in de oertijd al bepaald dat ik een breed gezichtsveld heb”

Marga, 2010