Vriend en ik ‘wonnen’ afgelopen januari een veiling op ‘Vakantieveilingen’. Dat doen we vaker. We hebben al een paar stedentrips gemaakt en ook al twee mooie weekjes in de zon gehad. Dit keer werd er een 5-daagse verrassingsreis naar Spanje geveild. We zouden landen op Barcelona, de exacte bestemming werd drie weken voor vertrek bekend gemaakt. Reis, inclusief all inclusive verblijf, voor 300 euro in een driesterrenhotel. Geweldig, nog even nazomeren aan de Spaanse kust.
We vertrokken eind september. Bestemming: Lloret de Mar. Daar wil je als veertigplusser nog niet dood gevonden worden in het hoogseizoen, maar zo eind september dachten we dat het wel mee zou vallen.
Verrassing: dat viel het niet.
Onze huurauto bracht ons naar een vervallen gebouw dichtbij het strand van Lloret. Helaas was dat niet ons gebouw. Dat was namelijk een bijgebouw, wat zo mogelijk nóg aftandser was. Een klein kamertje, oranje badkamer(tje) en prachtig zicht op de overburen. Maar het kon ons niet schelen, we waren op vakantie. Zin in de zee, de zon en de rust.
Die avond realiseerden we ons al dat er van die rust niet veel terecht zou komen. Het hotel werd overspoeld door Engelsen die, zo leerden we later, al vanaf 9 uur ’s ochtends dieper dan diep in ieder voorhanden alcoholglaasje keken. Onder het motto “Het is all-inclusive, dus we willen waar voor ons geld” gingen ze niet alleen tekeer tegen elkaar, maar ook qua drank en eten.
En dat terwijl de obesitas ons echt om oren vloog. Ik ben, gezien mijn verleden, de laatste die ooit aan fat-shaming zal doen, maar deze mensen lieten zich zó ontzettend gaan. Dames en heren van zeker 140 kilo zwalkten voorbij in nietsverhullende dunne hemdjes en veel te kleine korte broeken, met hun borden volgeladen met friet, kipnuggets, hamburgers en andere ondefinieerbare vette bende. De zin om te eten verging me spontaan. Nu ben ik toch al geen groot fan van het vreetschuurconcept, maar hier werd ik daadwerkelijk misselijk van. Man man, wat een rariteitenkabinet.
Dag twee kwam de regen met bakken uit de lucht. Het was wel voorspeld, maar we hoopten dat het mee zou vallen. Niet dus. De troosteloosheid van het hotel werd nog eens met verve benadrukt. Binnen vermaakten vriend en ik ons kostelijk met elkaar en we hadden de dag van ons leven. Toen de zon aan het eind van de dag doorbrak, wandelden we naar de zee en werden verrast door de schoonheid van de Spaanse Costa. Wow!
Heerlijk opgefrist door de zeelucht kwamen we terug op de kamer, waar ons vanaf het balkon van de buren een misselijkmakende wietlucht tegemoet kwam. Roken die Polen wiet alsof het sigaretten zijn of zo? Allemachtig…
De twee dagen daarna was het geweldig weer en dankzij onze huurauto kwamen we op prachtige plekjes. Echt, ik zeg het nog maar eens, wat is het daar práchtig! In het hotel werden we aanvankelijk gek van de herrie. Onze kamer grensde aan het terras, waar de Engelsen en Russen elkaar op standje ‘KENNELIJK STOKDOOF!!!’ toeschreeuwden. Tot diep in de nacht. En maar zuipen. En vreten. En zuipen. Oh, en had ik al vreten en zuipen gezegd? We hebben ons kapot gelachen, schreeuwden gezellig wat terug, deden de deur dicht en vermaakten ons maar weer met elkaar. Het was een topvakantie!
Na alle paradijselijke plekjes waar we de laatste jaren heen zijn gereisd en waar we een godsvermogen voor een week neertelden, was dit een béétje anders. Het kost niks, was ook niks en tegelijkertijd alles. Omdat we enorm op elkaar aangewezen waren. En als je elkaar vaak moet missen en nog steeds verliefd bent, is dat helemaal niet erg.
De hele week verheug ik me al op mijn vrije vrijdag. Man aan het werk, kind nog met zijn vader op vakantie en dus het rijk alleen. Vanaf maandag ben ik al bezig met het opstellen van mijn grote schoonmaaklijstje.
Eens in de zoveel tijd krijg ik het op mijn heupen en moet alles van de muur en van zijn plek en worden geboend, gepoetst en gedweild. Het feit dat mijn witte sokken na één keer door het huis banjeren grijze zolen hebben, geeft aan dat dit laatste ook echt weer eens nodig is. Het is niet zo dat we hier zitten te vervuilen in huisje weltevree – we hebben een hond, ik swiffer en stofzuig dagelijks een konijn aan haar van de vloer – maar aan meer dan de basispoets kom ik meestal niet toe. Dus ik heb wilde plannen. Heerlijk.
Vrijdagochtend. Klut. Ik heb geen wekker gezet, dus is het al 9 uur als ik wakker word. En ik heb honger. Het plan om meteen met de bovenverdieping te beginnen, laat ik even varen. Eerst maar eens een Netflixje. Ik ben net met Suits begonnen en niks kijkt zo lekker weg tijdens de superfoods met Skyr als een paar lekkere mannen in een Italiaans maatpak.
Na 1 aflevering kijk ik op de klok. 10 uur. Ach, de dag is nog lang, dus ik besluit mezelf er nog eentje te gunnen. Ik haal de melk alvast uit de koelkast voor een lekkere latte, waarmee ik mezelf straks na het poetsen ga verwennen en nestel me nog even in een deken.
10:45u. Met een zucht hijs ik me van de bank. Hond kijkt me smekend aan, maar die is nog lang niet aan de beurt, dus die stuur ik met een bot naar buiten. Jemig, wat een onkruid in de tuin. En wat een mooi weer is het eigenlijk… Ik trek de schoffel tevoorschijn en maak de tuin weer netjes. Ik schrijf ‘Achtertuin doen!’ bij op het lijstje en zet er meteen een trots vinkje voor. Waarom ik acties die al klaar zijn ook nog op mijn lijst zet is me een raadsel, maar het vinken voelt gewoon lekker.
Nu ik de zon heb gevoeld, realiseer ik me dat het een prima dag is om de was buiten te hangen. Once again, wassen stond niet op de to-do list. Ik hark handdoeken bij elkaar en het beddengoed van zoonlief en prop alles in de wasmachine. Ik schrijf ‘wassen’ op mijn lijstje. Vinkje mag straks.
De zon is echt lekker gaan schijnen. Zonde om daar niet even van te genieten. Die latte kan nu ook wel. Als ik koffie aan het zetten ben, valt me op dat de ovendeur smerig is. Die kan ook wel eens een beurt gebruiken. Ik spuit er wat zooi in en loop naar buiten. Met een emmertje koffie strijk ik neer op de loungeset in de tuin en pel mezelf uit steeds meer kleding. Na alle regen is dit zo welkom. En mijn boek is zó leuk!
In mijn achterhoofd schreeuwt mijn lijstje moord en brand, maar ik druk het succesvol weg. Ik heb potdorie de hele week gewerkt, ja! En morgen is het toch weer een zooi.
13:00u. Net als ik wil beginnen aan de bovenverdieping, zie ik de druipende oven. Shit ja, daar moest ik nog wat mee. Ik vul mijn lijstje aan met de woorden ‘Oven schoonmaken’ en vink het af. En het vinkje bij ‘wassen’ zet ik nu ook maar meteen. Ha, lekker.
Ik frons, want ik heb nog helemaal niets gedaan van wat ik van plan was. Terwijl ik dat bedenk, plingt mijn telefoon. ‘Nieuw bod op Leren Ibiza-riem’, kopt het pushbericht. Top! Na wat heen en en weer berichten kom ik tot overeenstemming met de koper en beloof haar dat de riem vandaag nog op de post gaat. Ik schrijf ‘Pakje wegbrengen’ op mijn lijst.
Enfin. Na alles wat ik niet van plan was te hebben afgerond, trek ik met de Franse slag een stofzuiger door de tent en een lap over de plee. Nog even lezen in de zon voor ik moet gaan koken en met man aan het weekend ga beginnen.
Mijn kind werd onlangs vijftien. Het is een prachtjong. Knap, slim, lief en vooral: heerlijk nuchter. Een combinatie van de mooie eigenschappen van zijn vader en van mij. Wij maakten weliswaar een potje van ons huwelijk, maar dit product ervan klopt op alle fronten.
We hebben hem ook best streng opgevoed. Luisteren, lief zijn voor anderen, aan tafel blijven zitten tot iedereen klaar is en interesse hebben in je medemens. Basisnormen en -waarden, volgens ons, al zie ik die tegenwoordig steeds minder langskomen. We hebben het goed gedaan met hem – vind ik zelf – en voor echte puberuitdagingen hebben we nog niet gestaan.
Tot voor kort was het kind ook nog lekker ‘huizig’. Ik zeg lekker (omdat ik het stiekem fijn vond om voortdurend te weten waar hij uithing), maar eigenlijk stoorde ik me mateloos aan het eeuwige gehang op zijn kamer met de telefoon en het gerace op de X-Box. Mijn mooie kind, dat zoveel te bieden heeft aan de wereld, spendeerde de mooiste jaren jaren zijn leven in een donker en muf puberhol, bij moeders thuis. Doodzonde vond ik het.
Maar ineens… was daar het licht. Kind had stante pede geen zin meer in het gehang en trok er met mooi weer op uit. Er werden afspraken gemaakt met vrienden en vriendinnen. Samen de stad in en naar het strand. De vriendenclub werd zienderogen groter. Ik hoorde nieuwe namen en kreeg steeds vaker appjes in de trant van ‘kom later thuis’, ‘eet niet mee’, en ‘ben nog even met die en die op pad’. Ik genoot van deze nieuwe fase en vooral van de fantastische open gesprekken die we daarna konden voeren.
Afgelopen dinsdag hoorden we dat hij, na een behoorlijk eindsprint, tóch over was naar de vierde klas. Wat een opluchting en wat een trots. Dat moest natuurlijk gevierd worden. Hier thuis met lekker eten en ook buiten de deur, met alle vrienden. Er werd een groepsapp aangemaakt. Er moest een strandfeest komen met kampvuur en vreetwerk. Ik dacht meteen terug aan mijn eindexamenfeest. Dronken, nog veel te jonge klasgenoten sloopten het terrein rond het meertje waar wij ons feestje hielden. We haalden er zelfs de krant mee. Zelden heb ik me ongelukkiger gevoeld. Mijn groepje vrienden, nuchter en nog bleu, kroop bij elkaar, ver weg van al die anderen die zo graag ‘groot’ wilden doen. Ik bevond me een in een situatie waarin ik me allesbehalve op mijn gemak voelde.
Voor het strandfeest van mijn zoon deelde ik die verhalen met hem. Maar deed ik daar goed aan? Ik kan hem van tevoren waarschuwen over groepsdruk en vertellen dat hij weg moet gaan als iets uit de hand loopt of als er iets gebeurt waar hij zich niet goed bij voelt. Maar maak ik dan geen sukkel van hem, zo’n sulletje dat van zijn moeder niets mag? Op je bek gaan hoort er tenslotte bij, ook als je vijftien bent.
Hij kwam die nacht heel laat thuis. Ik heb lang wakker gelegen met de telefoon onder mijn kussen. ’s Nachts checkte ik mijn berichten. Hij had laten weten hoe laat hij weggefietst was en dat hij veilig in zijn bed lag. Volgens afspraak.
De dag erna hoorde ik dat hij met een klein groepje ergens anders was gaan zitten. Klasgenoten en vrienden van klasgenoten hadden drank gekocht en zaten te blowen. “Daar hadden we geen zin in, mam”. Er was een kampvuur en marshmallows. Er was nachtelijk zwemmen, meiden opwarmen en gezelligheid. Mijn kind gloeide en ik gloeide met hem mee. Van trots. En van angst en allerlei andere gevoelens die ik nog niet kan duiden.
Mijn mooie kind wordt groot. En dat is geweldig. Maar dat loslaten, hè. Hoe doe je dat precies?
Ruim 2 jaar geleden zag ik je voor het laatst. We wisten allebei zelfs niet meer precies wanneer en waar, zo lang was het geleden.
Binnen 5 minuten zaten we weer te geiten op een niveau zoals alleen wij dat kunnen. Terugblikkend naar grapjes van toen uit de tijd dat we nog collega’s waren.
Jij en ik, wij waren vanaf dag 1 een match. Ik verwonder me er nog steeds over hoe het met een eerste blik gewoon leek te kloppen. Je liep er al een tijdje rond en ik kwam als nieuweling op de afdeling. De dag dat ik begon, was jij ziek. Je naam viel veel die eerste dag. “Heb je ‘J’ al leren kennen? Goede gast is dat. Ik denk dat jullie het heel goed met elkaar kunnen vinden.”
Dat bleek te kloppen. Toen we elkaar een aantal dagen daarna troffen, wist ik vanaf die eerste grijns dat ik met jou als leader of the pack een geweldige tijd tegemoet ging.
En geweldig was het. Met ons team boekten we successen en deelden we ellende. Wat hebben we veel gelachen in die tijd. Ons eerste projectbezoek aan het strand leek wel een date. Zonnetje, hapjes en een wijntje, met uitzicht op de kale vlakte waar ooit de nieuwe boulevard moest komen te liggen. Ik genoot van mijn nieuwe werkomgeving en van jouw levendige verhalen. Vertellen kan je. Met stemmetjes, typetjes en soms lomp op standje ‘Rotterdam-Zuid’. Van die versie hou ik het meest. Rauw en puur.
Je neemt het leven, net als ik, niet altijd even serieus. We werken hard, maar genieten harder en altijd met de prio bij het gezin en de liefde. We ontmoeten elkaar op een bepaald niveau waar het goed toeven is. Hartverwarmend en mooi.
Op jouw laatste dag, vlak voor je aan een nieuwe opdracht begon, nam ik eigenlijk afscheid van je. Ik had je geplaatst in de categorie ‘Uit het oog uit het hart’. Daar heb ik je mee gekwetst en ik bleek er ook naast te zitten.
Dat heb je vandaag wel weer bewezen.
Ik heb vandaag weer intens van je genoten. Niets bleef ongezegd en ik had weer buikpijn van het lachen. We rolden van een hysterische lachbui in een gesprek over ouder worden, scheiden, de kinderen en opnieuw beginnen.
We namen afscheid met de belofte om het niet weer zo lang te laten duren.
Ik hoop ook oprecht van niet. Wat ben je een heerlijk mens.
Ik weet dat je me online volgt. Het is niet meer dan eerlijk dat je ook een keer de hoofdrol krijgt. 😉
Bedankt voor je vriendschap en dat je bent gebleven.
Van een vriendin mocht ik het boekje ‘Boek voor verloofden en jonggehuwden’ (geschreven/samengesteld door H.L. Batenburg) lenen. De publicatiedatum wordt niet genoemd, maar het werkt dateert van ergens tussen 1900 en 1950. Het epistel bereidt verloofden en jonggehuwden voor op het huwelijkse leven en dan alleen op het gebied van gemeenschap en de gevolgen van deze ‘vleselijke lusten’.
Zin om te seksen?
Ik lees wat passages voor aan mijn puber, die niet meer bijkomt van het lachen. Hij kreeg zijn voorlichting al op dertienjarige leeftijd van dokter Corrie en dat ging ongeveer zo: Dit is een piemel, dit is een vagina, de piemel gaat in de vagina en dan komt er een kind. Als je dat wilt. Als je dat niet wilt, doe je er een condoom omheen.
Heldere taal. In dit boek zijn er maar liefst 108 pagina’s nodig om de technische kant van het hele seksgebeuren uit te leggen. Terwijl ik het lees, stel ik me voor dat een totaal onwetende vrouw dit boekje ontvangt ter voorbereiding op haar aanstaande huwelijk. De zin om te seksen zou me totaal zijn ontgaan.
No Kamasutra
“Er zijn weinig vraagstukken die zo zeer verdienen dat onze belangstelling er levendig door opgewekt, onze nieuwsgierigheid er door geprikkeld wordt, dan het gewichtige onderwerp der verrichtingen, die ten doel hebben het voortbrengen van nieuwe wezens en de eindeloze voortzetting der soorten.”
In het voorwoord begint het al goed. Seks is niet bedoeld voor genot, maar voor het voortbrengen van nieuwe wezens van onze soort. Dit boek geeft dan ook geen Kamasutra-standjes, maar wel antwoord op de “geneeskundige wetenschap der voortteling, een wetenschap die ieder dient te bezitten die de weg der geslachtsvereniging bewandelt of voornemens is die te gaan bewandelen.”
Een lesje voortplanting uit 1950
Hoofdstuk 1 start met de geslachtswerktuigen van de man en van de vrouw. Bij de plastische beschrijving van de werktuigen ontgaat je de lust meteen. Het belang van de werking van de werktuigen wordt aangeduid, want hoe weet je wat je ermee moet doen, als je niet weet hoe het eruit ziet of hoe het werkt. En natuurlijk starten we met de mannelijke organen, al wordt vooraf wel even duidelijk gemaakt dat de rol van de vrouw in de voortplanting en de opvoeding een stúk groter is dan die van de man. Dat dan weer wel:
“Alhoewel de vrouw de eerste plaats schijnt te kleden in het grote werk der voortteling, wat betreft het gevoel der liefde en der moederlijke tederheid, vanaf de tijd, gedurende welke zij in haar schoot de vrucht draagt van het mingenot [seks], na afloop waarvan de werkkring van de man ophoudt [klaarkomen], en eindelijk door hevige pijnen die zij doorstaat om die vrucht in de haven des levens neer te leggen [bevalling], soms ook om haar te zogen en haar wankele pasjes te leiden [borstvoeding en algemene opvoeding], toch zullen wij, om ons aan een algemeen aangenomen gebruik te houden [de man is het belangrijkste] beginnen met de geschiedenis der voortteling bij de man.”
Een veelvoud aan voorttelingsorganen
Vrij vertaald staat in de passage daarna dat voor de leek de organen bestaan uit de “roede” (ik krijg ineens een heel apart idee van zwarte piet die zwaait met zijn roe) en de balzak. Maar nee, waarde lezers, de man heeft ‘bijzondere inwendige hulporganen’ waar het ’teelvocht bereid wordt, welke wordt uitgeworpen en wordt overgebracht in het inwendige van de vrouw’. (Het ‘hoe’ komt hierbij niet aan bod, een vrij essentiële passage als je het mij vraagt.)
Na vijf pagina’s over de balzak, sperma, zaadbuizen en andere vochtigheden komt de roede, ook wel “voorttelingsorgaan” aan de beurt. Een bijzonder apparaat, want is bestemd voor een dubbele verrichting: het lozen van urine en het uitwerpen van teelvocht. “De vorm, de vastheid, de afmeting en de richting der roede verschillen al naar gelang zij (‘zíj’ – haha!) in een stijve toestand is of niet. In het laatste geval is zij cylindervormig, week (gatver), kort en afhangend (woehahaha), in het eerste geval krijgt zij een prismatische vorm (huh?), wordt vast, stijf en richt zich tegen de onderbuik op.”
Geniale zin
De volgende zin is geniaal: “Daar het steeds onze lust is de natuur op haar schoonst te bestuderen, zullen wij de roede in laatstgenoemde toestand een beschrijving gaan geven.”
Die arme, onwetende, verloofde vrouw. Verwacht een stoort stalen lans te zien en wordt 80% van de tijd getrakteerd op een weke, afhangende, naaktslak. Hoewel, hoe vaak zagen echtelieden elkaar naakt in die tijd zonder dat er sprake was gemeenschap?
Wat volgt, is een plastische beschrijving van de “roede” waar ik zelfs nog wat van kan leren. De voorzijde, zijvlakken, randen, sponsachtige lichamen, eikelkroon en de scheepsgewijze groeve (wat?) komen uitgebreid aan bod.
Ziekmakende penisharen
Ook bijzonder: de haren op de “roede” kunnen zeer doen als deze te ruw wordt ingebracht in de schede, gaan ontsteken en dan kanker veroorzaken aan de baarmoeder. Het wordt allemaal steeds aantrekkelijker. Passages als: “Het slijmvlies van de voorhuid bereid een smerig vocht” zorgen er ook voor dat je enorm veel zin krijgt om je huwelijk te consumeren.
Modern is de waarschuwing aan de man om niet te snel “uit te werpen”. Pure poëzie. Let op heren: belangrijke instructie: “Tengevolge van een te snelle uitwerping kan de vrouw niet geheel delen in de verrukking van het genot en brandt zij nog van liefdevuur als zulks bij de man reeds is uitgeblust. Wat betekent een dergelijk genoegen wanneer het wezen, ’t welk wij aanbidden, onze heerlijke verrukking niet deelt.”
Pure wellust
We zijn inmiddels op pagina 22 en daar, tussen de slijmdruipers en verharde opperhuidjes, staat het dan: “Eenmaal in staat van erectie kan de roede in de schede van de vrouw dringen en door de herhaalde beweging van het bassin (bassin?!?) en de wrijving die daaruit volgt, is de gevoeligheid tot op de hoogste graad geprikkeld en heeft alsdan de uitwerping van het zaad in de organen der vrouw plaats. Op dat ogenblik zijn beide geslachten als verloren in een onbeschrijfelijk wellustig gevoel, zij schijnen alsdan slechts te leven voor de verrichting welke zij volbrengen.”
Halleluja!
Geslachtsgenot, leuk maar liever niet teveel
De uitleg van de geslachtsdelen van de vrouw begint bij de baarmoeder, uiteraard het belangrijkste gedeelte, aangezien de voortplanting het hele doel is van al dat gezellige gedoe. De eierstokken, baarmoedertrompetten [eileiders, hahaha], schede, bekken, venusheuvel en schaamspleet [hét nieuwe woord voor de vagina] komen in vogelvlucht voorbij en helemaal aan het eind, last but not least, de clitoris welke “de bijzondere zetel vormt van het geslachtsgenot bij de vrouw”.
Maar ouders, opgelet! “Het is bekend dat sommige jonge meisjes die een vroegrijp temperament bezitten en niet voldoende door hun ouders bewaakt worden (oh, grote zonde), er een behagen in vinden om er beurtelings aan te trekken (au) en op te drukken. De omgang der kinderen onderling vereist een bijzondere aandacht, er volgt meermalen de gewoonte der zelfbevlekking uit. “
Masturberen is gevaarlijk!
‘Gelukkig’ is de waarschuwing weer duidelijk: “Deze hebbelijkheid bereidt die borstaandoeningen voor, welke tegen het twintigste jaar vaak dodelijk worden. Men moet vermaken vermijden welke geschikt zijn om te overprikkelen. Het lezen van romans, het bezoeken van schouwburgen en muziekmaken hebben dikwijls noodlottige gevolgen gehad.” Oftewel, van het bezoeken van het theater ga je masturberen en van masturberen ga je dood. Juist.
Aan het woord is een dokter die vertelt over een jong meisje van achttien, tot dusver gezond tot haar krachten afnamen en ze ziek werd. “Een waterzuchtige zwelling had haar ganse lichaam aangetast. Ze raadpleegde een bekwame chirurg die tot het vermoeden van masturbatie kwam. Hij deed haar het gevaar inzien van deze gewoonte, waarvan het nalaten in enkele dagen de vordering van de kwaal tegenhield.” Als dit niet zo triest was, dan zou ik erom lachen. Ik denk weer aan mijn puber voor wie seks, lezen over seks, praten over seks en leren over seks zó toegankelijk is.
De schoonheid der vrouw
Hoofdstuk 13 behandelt de schoonheid van de vrouw. Dames, checklist voor het gemak bijgevoegd. En? Voldoen we nog een beetje?
De rest van het boek gaat over zwangerschap en geboorte, manieren om het geslacht van je kindje al tijdens de conceptie te bepalen (linker of rechterzij na de uitwerping) en de wijze waarop je slimme kinderen kunt verwekken (“de geest van de vrouw die voornemens is te huwen, moet zich alleen bezighouden met gedachten die geschikt zijn om het gebied van haar verstand te vergroten en tijdens het dragen van de vrucht niet worden blootgesteld aan beuzelachtige werkzaamheden die de kring harer verstandsverrijking kunnen verkleinen” – ik weet nu eindelijk wat er bij mij fout ging) en, jawel, de heilige liefde in een huwelijk (“De liefde is geheiligd door de heilige instelling van het huwelijk”).
Mannen, de uitsmijters zijn voor jullie
Tip 1: Houd je ballen schoon, dan is de kans groot dat jullie “een groot teelvermogen houden tot op gevorderde leeftijd”. Tip 2: Masturbatie is ook voor jullie uit den boze. Niet alleen is alleen het huwelijk de meest natuurlijke en zedelijke oplossing om je zaad te lozen (het liefst alleen voor het verwekken van kinderen), maar dit heeft ook vele voordelen. Al het opgekropte zaad komt namelijk weer in je bloed terecht en wordt opgenomen door je spieren. Spierbundel en wasbordje gespot op het strand? Allemaal opgekropt zaad. Je blijft er ook een stuk slimmer door, zo schijnt ’t. Maar helaas: “Bij degene wiens temperament nogal vurig is en wiens geest onwillekeurig geneigd is om denkbeeldige denkbeelden te koesteren en bij wien veelvuldige dromen een gebiedende behoefte verraden, zullen de nachtelijke zaaduitstortingen steeds talrijker zijn en van dat ogenblik af de oorzaak zijn van een snelle verzwakking”. Wees gewaarschuwd!
Algemene conclusie van het boek en een wijze levensles: Van teveel seks, denken aan seks, seks met jezelf en zelfs seks met je eigen vrouw, word je ziek. “Een gelukkig ouderdom is de beloning voor matigheid en vooral voor onthouding”.
Zaterdagochtend, half tien. Mijn vriend en ik hebben allebei een afspraak. Hij met een vriend, ik met een vriendin. We hebben ons glorieus verslapen en schrikken wakker op het moment dat we er al hadden moeten zijn. Ik spring uit bed, duik in mijn kledingkast en verzin ondertussen manieren om mijn vriendin te laten weten dat ze voor niks zo vroeg haar bed uit is gekomen. Mijn vriend rekt zich op zijn gemak uit, gaapt en stuurt een appje naar zijn maat. ‘Ben net wakker, moet nog douchen, kom straks.’ Er volgt al snel een antwoord: ‘OK!’
Ondertussen zoek ik uit wat ik aan moet en oefen in gedachten vast míjn appje. Eerst maar een korte tekst dat ik me heb verslapen, dan weet ze dat vast. Er volgt al snel een ‘Oh. OK.’
Shit, ze is boos. Normaal is ze niet zo kortaf. Zie je nou wel, die baalt enorm. Ik benut daarom de toch al krappe tijd om me alvast uit te putten in excuses. ‘Sorry, het was gisteren erg laat, ik ben nog steeds hartstikke moe, was een superdrukke week, kan er niets aan doen, ik zal écht opschieten.’ Er komt geen reactie.
Shit, ze is écht boos. Ik sleur mijn vriend onder de douche vandaan, waar hij natuurlijk, met alle tijd van de wereld, op zijn gemak het struikgewas op diverse plekken staat bij te punten. ‘Waar is er brand’, mompelt hij. Ik schiet hem met mijn ogen lek. ‘Wat denk je zelf, ik ben hartstikke te laat. Ik moet opschieten!’ ‘IK ben toch óók laat? Waar maak je je eigenlijk zo druk om… Op tijd kom je toch al niet meer.’ Ik stamel dat zij voor míj zo vroeg uit bed is gekomen en nu vast heel boos is.
‘Staat ze dan ergens buiten in de kou te wachten?’ vraagt mijn vriend verwonderd. ‘Nee-hee. Ze zit in het koffietentje waar we hebben afgesproken en ze heeft inmiddels vast en zeker haar eerste cappuccino al besteld.’ ‘Wat is het probleem dan?’ vraagt hij nogmaals. En ondanks dat ik om die vraag óók weer pissig ben, heeft hij natuurlijk wel een beetje gelijk.
Volledig gestrest was ik mijn haar, blaas het droog, knal wat make-up op mijn ogen – en ernaast – en schiet in de kleding. Met het zweet op mijn rug en mijn tong op de schoenen, ondertussen een banaan wegharkend, fiets ik op vol vermogen naar de stad. Overstromend van excuses struikel ik bij de koffietent naar binnen. Mijn vriendin is not amused. En dat laat ze mij merken ook. Zonder woorden. Echt gezellig wordt het die dag niet meer.
’s Avonds thuis vraag ik aan mijn vriend hoe zijn dag was. ‘Leuk!’ antwoord hij. Nee, zijn maat was niet boos. Er was geen scheef gezicht, geen rare sfeer, geen onuitgesproken maar overduidelijke irritaties. Het. Was. Gewoon. Leuk.
Intussen vraag ik me af waarom wij vrouwen het onszelf en elkaar toch zo oneindig moeilijk maken…
November 2018 Je appte me. Dat het slecht nieuws was. Niets-meer-aan-te-doen-nieuws. Nieuws in de categorie ‘nog maar beperkt de tijd om te genieten’.
Ik was op dat moment op vakantie, zat in het zonnetje aan het zwembad met mijn telefoon in mijn hand. Ik staarde naar mijn voeten, bungelend in het zwembad. Het was de duurste vakantie sinds tijden. Een paradijselijke plek. Geen mens te zien of te horen. Zo’n plek waar je heen moet als tijd heel kostbaar is en je nog even wilt genieten met degene die je lief is.
Eenmaal terug in Nederland ging ik aan het werk. Ik schreef de reisorganisatie een brief en vertelde jouw verhaal. Een verhaal dat, ook zonder dit nieuws, al niet zonder hobbels en uitdagingen was. En dat ik je zo ontzettend een mooie tijd gunde op een plek waar de tijd even stil kon staan. Het verhaal greep ze aan en ze kwamen ons tegemoet met een grote korting op de reis. Alleen geld voor de tickets moest er nog komen.
Dus schreef ik de manager van mijn oude afdeling en jouw huidige manager een mail of ik mocht proberen geld in te zamelen. Voor het restant van de reis, zakgeld, de taxi, verzekeringen en alles wat er nog meer bij kwam kijken. Dat mocht. Er volgde een bijzondere tijd van liefdevol contact met ex-collega’s en mensen die jou zo ontzettend het allerbeste gunden en meer dan bereid waren een steentje bij te dragen. Ik vertelde op mijn werk waar ik mee bezig was en er werd ook daar geld ingezameld.
Collega’s doneerden belangeloos geld voor iemand die ze niet kenden. Ze collecteerden zelfs bij hun familie en de sportverenigingen van hun kinderen. De taxicentrale was bereid de helft van het vervoer naar Schiphol gratis te verzorgen. Zelfs mijn nagelstyliste stopte wat ik haar betaalde terug in mijn hand met de woorden: “Geef maar aan je vriendin”. Binnen een week had ik het geld bij elkaar, was de reis geboekt, waren de verzekeringen geregeld en je vertrekdatum bekend. We hadden haast…
De daaropvolgende tijd was spannend. Zou je gezondheid niet te hard achteruit gaan, zou je wel voldoende kunnen loslaten als er zoveel te regelen viel? Want wat wilde je graag op vakantie met een rustig en leeg hoofd. De uitvaart geregeld, het ontwerp van de kaartjes in een vergevorderd stadium en de financiën op een rijtje. Het lukte grotendeels.
Op de dag van vertrek verrasten we je op Schiphol. We kwamen je uitzwaaien. De secretaresse van jouw afdeling die voortdurend de schakel was tussen mij en je werk, mijn lieve vriend en ex-collega die alles op verzekeringsgebied uitgezocht en geregeld had, en ik. We stuurden jullie tot in de puntjes ontzorgd op reis. Voor zover mogelijk dan. Je vertrok, samen met je man naar een plek waarvan ik zeker wist dat die je tijdelijk de nodige rust zou brengen.
Je hield me op de hoogte van je reis. De liefde, blijdschap en het geluk spatte uit de Whatsapp-berichtjes. Je voerde bijzondere gesprekken met de lokale bevolking, reed het eiland rond, verkende, zwom en lééfde! Meer zelfs dan iedereen bij wie het zwaard níét boven het hoofd hangt.
Na je terugkomst kwam er meer pijn, vermoeidheid en hordes mensen die je wilden zien. Nu het nog kan…
We weten niet hoe lang je nog bij ons bent, dus we besteden de tijd goed. Met een clubje vrienden werken we, samen met jou, jouw bucketlist af. Die is maar klein en met weinig grote wensen. Bescheiden, zoals jij. We hebben vrijwel dagelijks contact en lachen wat af. Over je uitvaart die vast gezellig wordt. “Jammer dat ik er niet bij ben, althans, ik lig in die kist, maar hoe gezellig is dat?” Je vindt het zo sneu voor ons dat we zo’n haast hebben om alles voor je te regelen. Ik grinnik dan dat ik het ook wel bloedirritant vind dat je doodgaat. Ik heb het er maar druk mee, al met al.
Je liet me je rouwkaart zien. Jouw naam in die context te lezen zorgde voor een brok in mijn keel. Ik kon ook even niet reageren. Je vroeg me wat ik van de tekst vond. Eigenlijk dekt het allemaal de lading niet. Want hoe vang je jou in een paar zinnen op een kaartje?
‘Dit toffe wijf is niet meer.’ Zij, die schijt had aan wat in de mode was en gerust in een zelfgebreide trui op het werk verscheen, omdat die “nou eenmaal ’t lekkerst zit”. Die rammelend met bakken zelfgebakken cake, plastic borden en bestek een vergadering onderbrak en zonder enige gêne aan iedereen begon uit te delen, de zwaar geïrriteerde blik van de voorzitter negerend. Zij, die met mij het pensioenafscheid van een geliefde collega regelde en waarmee ik samen een dijk van een afscheidslied schreef. Die mijn auto leende toen ze er zelf nog geen had en die hem altijd volledig gepoetst en gewassen terugbracht met een doosje Merci in de deur. Zij, die uren door kon bomen over konijnen. Die altijd bleef lachen, zelfs als er echt even niets te lachen viel.
Zij, die met haar weggaan een gat zal slaan in alles wat mooi en goed was. Die vang je niet makkelijk in een paar woorden…
Tot de laatste snik en lachbui sta ik naast je en vieren we het leven. Je leert me, in deze bijzondere tijd, om elke dag te omarmen en niets meer als vanzelfsprekend te zien. Dát is wat je in ieder geval achterlaat.