Geplaatst in Divers

Sexy?!?

Ik e-read tegenwoordig. Vroeger had ik een gigantische boekenkast, maar na de vijfde verhuizing binnen een redelijk kort tijdsbestek was ik er klaar mee. Ik bracht de boeken naar de kringloop en schafte een e-reader aan. Ideaal! Het ding past in mijn handtas en ik heb altijd een boek bij me. En omdat ik het veel te druk heb om in lastige thrillers te duiken, lees ik ‘simpel’.

Ik vond een vijfdelige serie die me aansprak. Ze worden verliefd, het is complex en uiteindelijk komt alles goed. Klaar.
Na drie hoofdstukken bemerkte ik dat er wel veel komt. Héél veel komt.
De hoofdrolspelers voornamelijk.

50-shads-grey-publicdomainpicturesnet
bron: publicdomainpictures.net

Ik ben misschien één van de weinigen, maar ik vond Vijftig Tinten Grijs dus geen bal aan. Ongeloofwaardig (sorry hoor, maar welke vrouw komt er nou klaar als een man met haar tepels speelt?), langdradig (alwéér pijpen?) en saai (wat en wáár is nou de clou?). Niet omdat ik iets tegen seks in boeken heb, integendeel. Maar dan moet het wel goed geschreven zijn. Het liefst niet al te plastisch. Heel eerlijk, er is gewoon geen sexy synoniem voor vagina waar ik niet de kriebels van krijg. Ik haak echt af bij ‘geslacht’, ‘kutje’ of ‘spleetje’, wat voor lekkers er ook mee gedaan wordt.

Anyway, ik dook dus in mijn serie, in de hoop een gezellig, simpel verhaal te vinden. Zo’n feelgood-movie in boekvorm. Aantrekken, afstoten. En dan de hereniging in de regen of op het vliegveld. Dat hij dan nét te laat is en zij nog in de wachtruimte zit nadat het vliegtuig zonder haar is vertrokken. Dát werk.

Helaas werd ik in plaats daarvan getrakteerd op enkel het trekken en stoten, zonder ‘aan’ c.q. ‘af’. Op wéér een miljonair van onder de dertig, té knap en té viriel om nog geloofwaardig te zijn (‘nee hoor, schat, na drie keer klaarkomen heb ik nog steeds een erectie vanjewelste en kan ik gerúst nog wel een keer’) en weer een te mooie, te jonge vrouw die áltijd zin heeft.

Bestaan die vrouwen werkelijk?
Die vrouwen die al van de bank afglijden zodra er een goeie kont in een pantalon voorbij komt hobbelen? Die niet na drie keer drie uur seksen een paar uurtjes slaap in plaats van een penis willen pakken? Die zich ook na een flink half uur fellatio nog steeds niet afvragen hoe lang het allemaal nog gaat duren? Die het übersexy vinden als de man van A tot Z bepaalt wat ze mag doen, en met wie, en die haar de hele dag in de gaten laat houden? Die ervan genieten als de man na de seks een washandje gaat halen om je eens even flink te wassen, down there?

Voor wie zijn die boeken nu eigenlijk geschreven? Dat vraag ik me dus af. Ik vind het níét geil als ik ’s ochtends voor mijn werk nog even lekker een stukje lees en tijdens het wegwerken van mijn kommetje havermout word getrakteerd op ‘romige stralen die over haar tong spuiten’ en die haar doen kokhalzen omdat het zó veel is.
Dat kopje thee slikt dan toch nét wat minder lekker weg.

Eigenlijk vinden mannen dit toch vooral opwindend? Die lezen die boeken echter niet. Ik dus wel omdat ik het zonde vind om ze niet te lezen. Ik heb ervoor betaald, tenslotte. Ze staan op mijn e-reader. Dus ploeter ik me door de zoveelste seksscène heen en blijf hopen dat zij ooit een keer van zich afbijt.
‘Rot nou eens op met die enorme leuter van je en ga gewoon eens een keer doen wat ik je gevraagd heb!’
En dat hij dan afdruipt.
Ja, dat zou leuk zijn.

Marga, 12 december 2016
Geschreven voor http://www.hoevrouwendenken.nl

Geplaatst in Divers

Truttige kerst

Onlangs schreef Kliefje over haar kitscherige kerstvoorkeuren. Ik lachte haar uit om haar totaal over de top boom met kleuren en frutsels en toestanden. Maar eigenlijk ben ik jaloers. Ik zou ook best wel zo’n échte kerstboom willen. Met naalden, dennengeur, gekleurde lampjes en toeters en bellen. Maar ik wil het niet. Ik ben allergisch voor teveel kleur, zelfs met kerst.

mvdburgt_2015-12-09-22-03-04Al sinds jaar en dag past mijn kerstdecoratie bij mijn huis. Vroeger, in mijn eerste huis, had ik paarse kussentjes. En paarse glaasjes om kaarsen in te doen. Dus toen toenmalige man en ik onze eerste kerstspullen kochten, kochten we paarse ballen. Met gouden accenten Dat leek me toen een goed idee. Eén jaar hadden we een paarse boom. Toen verdwenen de kussentjes uit het huis en met kerst óók de paarse boom. Ik hing er oudroze bij in om het paars af te zwakken en het jaar daarna kocht ik er wit bij. Uiteindelijk bleef het paars in de kast en werd de boom wit met roze. Tja, en toen ging ik scheiden.

mvdburgt_2015-12-09-22-02-52Ik had geen zin in kerst dat jaar en al helemaal niet om die enorme boom op te tuigen. Dus ik kocht een klein boompje en had genoeg witte decoratie om hem helemaal wit te versieren. Voor het eerst van mijn leven keek ik de boom niet het huis uit na kerst. Hij stond geweldig en paste helemaal bij de rest van mijn interieur. Hoewel, bruin en grijs dan ook wel leuk zou zijn.

Enfin in de jaren daarna kocht ik elke keer na kerst (ja net als Klief ‘lekker Hollands’ in de aanbieding) wat wit, bruin, taupe, grijs en rosé-goud en nog wat formaten kerstbomen waardoor ik inmiddels een kerstwinkel kan beginnen. Zelfs de cadeaus worden ingepakt op kleur in papier dat bij de boom past, met kleine kerstballetjes en labels op kleur. Ik ben een ongelofelijke kersttrut.

mvdburgt_2015-12-09-22-03-14En toen kreeg ik een vriend… Een vriend die wél van kleur en kitscherige kerst houdt. Van kersttreinen, kerstsokken, zuurstokjes in de boom, kerstmannen en andere (in mijn ogen) spuuglelijke ellende. En het is toch écht een man, ja.

Tot voor kort hadden we twee huizen. In mijn huis alles stylist verantwoord gedecoreerd, in zijn huis de kersttrein, plastic zilveren klokjes (plastic, de horror!) en een groene piek in de vorm van een kerstboom. Ja, die bestaan! Werkte prima. In mijn huis bleven de ingepakte cadeautjes bij mijn boom en ik legde ze liefdevol bij alle gekleurde pakjes in zijn huis als het tijd was om ze uit te pakken.

Maar nu is alles anders! Dit jaar wonen we samen en zijn onze kerstspullen, net als wij, samengevoegd. Ze staan nu in de kamer, klaar om neergezet te worden. De kersttrein grijnst breed naar me. De groene piek steekt zijn tong naar me uit en schreeuwt “Samenwonen is concessies doen! Zijn spullen zijn net zo belangrijk als de jouwe!”

Ik overweeg twee bomen. Mijn verantwoorde boom in het zitgedeelte, zijn boom in de erker bij de eettafel. Daar zit ik dan toch met mijn rug naar toe. Zouden zoon en vriend het lullig vinden als ik hun cadeautjes dan ook onder díe boom leg? Het is ook zo kaal als daar niets onder ligt tenslotte.

Ik weet het, ik ben vreselijk.

Marga, 9 december 2016
Geschreven voor http://www.hoevrouwendenken.nl

Geplaatst in Den Haag, Divers, Hoe vrouwen denken

Waar ben ik?

 

De oplettende lezer heeft het inmiddels al een keer of tig kunnen lezen: ik ben verhuisd. Van een kleine stad naar een heul grote stad aan de andere kant van het land. Een enorme overgang en ik moet aan alles wennen. Van het nieuwe accentje, naar de tramrails op de weg (überhaupt, die trams! Ik heb er na mijn rijexamen nooit iets mee hoeven doen, dus hoe zát het ook alweer met die regels?), naar boodschappen kunnen doen op zondag. Oké eerlijk, aan dat laatste was ik vrij snel gewend, maar voor de rest kost het nog wel even tijd voordat ik hier mijn weg heb gevonden. Ja, ook letterlijk.

Qua richtingsgevoel ben ik een échte vrouw. Ik kan fileparkeren, kaartlezen en vlot rijden, maar de weg vinden zonder navigatie (of kaart) is een drama. Dat was het al, maar dat is hier nog even net een beetje erger. ‘Ga hier links’ klinkt simpel, maar als je vier banen naar links hebt waarvan er drie busbanen en trambanen zijn, dan ontstaat er een lichte paniek. Met achter me een tram, voor me een bus, fietsers die me om de oren vliegen en claxonerende auto’s kan een extra deootje geen kwaad. Wat-een-hel! Ik snap nu inmiddels wel waarom er zoveel trams rijden; er is geen hond die het erop waagt om met de auto te gaan.

Ik voel me een toerist in mijn eigen woonplaats. Als Vriend met mij ergens heen rijdt, dan is het net alsof hij op stap is met zijn demente oma. Ik zit enthousiast naast hem en wijs hem op de prachtige panden die deze stad rijk is. Dan glimlacht hij maar weer eens zuchtend en zegt zacht dat we hier vorige week ook al gereden hebben. En dat ik toen precies hetzelfde zei.

Ik lach het weg en roep dat het voor mij heel leuk is, want het is elke keer weer nieuw. Maar ondertussen baal ik als een stekker. Ik onthoud het niet en ik weet het niet. Al ben ik ergens dertig keer geweest, dan nóg weet ik de weg niet. En waar ik me in mijn simpele stad nog wel kon redden met mijn navigatie, ga ik zelfs daarmee hier genadeloos onderuit.
Hopelijk wordt het OV mijn beste vriend. Bijna 40 en voor het eerst in een tram. Het moet niet gekker worden.

Marga, 5 december 2016
Geschreven voor http://www.hoevrouwendenken.nl

Geplaatst in Divers, Hoe vrouwen denken

Wandelende tas

Ik heb geen tassenfetish. Ik heb maar één tas en dat schijnt voor een vrouw best bijzonder te zijn. Ik doe niet aan tassen die passen bij mijn outfit. Overigens hou ik ook niet heel erg van schoenen kopen en worstel ik me nog steeds door paaschocolade van 2012 heen, dus misschien ben ik wel geen echte vrouw.
Die ene tas moet dan wel een mooie zijn. Een goede, degelijke en vooral grote tas waarin alles past wat ik eigenlijk niet nodig heb, maar wel persé bij me wil hebben. Zo’n grote Mary Poppins bag waar ik in theorie ook best een schemerlamp mee zou kunnen nemen.
En omdat ik die tas elke dag meezeul en er nogal wat kilo’s spullen in vervoerd worden, moet deze degelijk zijn. En dat betekent: van leer. Ik vond mijn nieuwste schatje in een leuk, klein winkeltje in de stad. Stralend lachte ze me toe. Bruin en soepel leer en genoeg vakjes om al mijn spulletjes gesorteerd in op te bergen. Ik was op slag verliefd… en blut. De shopmiddag was met deze aankoop ook meteen voorbij.
Op de terugweg bij Vriend in de auto bleef ik maar naar mijn tas kijken en kreeg ineens een visioen van de bijpassende reistas waarover de verkoopster in de winkel sprak. Nadat ik het merk via mijn telefoon op internet had opgezocht, viel mijn oog op de productbeschrijving: ‘Fraaie tas van het soepelste kalfsleer.’ Wacht, wat? Kalfsleer??? De tas op mijn schoot veranderde op slag in een schattig kalfje dat me met bruine kijkers liefdevol aankeek. In gedachten zag ik een moederkoe worstelen om haar kind op de wereld te zetten. Ze beviel van mijn tas.
Ik deelde mijn hersenspinsels met Vriend. Die reageerde laconiek.
‘Schat, je loopt op koe, je zit op dit moment op koe en zelfs het dashboard is van koe.’
Waarom weet hij het altijd nog een graadje erger te maken? Ik heb er nooit eerder bij stilgestaan dat de bank waarop ik dagelijks zit, ooit geboren is en rondgewandeld heeft. Nu raak ik dat beeld niet meer kwijt.
Ik ben nog steeds blij met mijn mooie tas. Maar als ik had geweten dat hij van kalfsleer is gemaakt, dan had ik hem niet gekocht. Mijn tas heeft niet eens de kans gekregen om van het leven te genieten. Ik laat hem dan nu maar de wereld zien, bungelend aan mijn schouder.

Marga, december 2016
Geschreven voor http://www.hoevrouwendenken.nl

Geplaatst in Divers, Hoe vrouwen denken

Hollands next topmodel

Sinds kort woon ik (samen!) in het Westen. Omdat ik nog in het Oost’n werk, mijn huis daar sinds kort is verkocht en het echt geen doen is om elke dag op en neer te kachelen, woon ik tijdelijk twee dagen per week bij mijn ouders. Terug naar mijn roots en terug op mijn oude vertrouwde kamertje waar de glowinthedarksterren me herinneren aan mijn jeugd waarin ik zorgeloos mijn puberdromen droomde.

Ik dacht dat het me enorm veel moeite zou kosten. Het niet meer hebben van een eigen stekkie en weer bij pap en mam in de kost. Maar ik moet eerlijk zeggen, het is best lekker. Mijn mam is het ultiem verzorgende type voor wie mijn geluk nog belangrijker is dan het hare. Zo at ik dus afgelopen week mijn lievelingseten, stond de ontbijtboel ’s ochtends klaar en zat ik met mijn voetjes voor de houtkachel in warme sokken van mijn vader met een lekker kopje thee in de hand. Even weer kind zijn is, na al die volwassen verantwoordelijkheden, heerlijk.

Pap had afgelopen dinsdag zijn vaste mannenkletsavond, dus mam en ik waren samen. Wat hebben we genoten. Gehuld in mijn pyjama en oversized sweater- want bij je ouders kun je zo lekker jezelf zijn- stuit ik na wat gezap op de finale van Hollands Next Topmodel. Ik heb niets met de modellenwereld (mam en ik tikken allebei krap de anderhalve meter aan en stonden in de goede rij toen de overdoses rondingen werden uitgedeeld), maar ik vind het altijd mooi om te zien hoe de toch wat saai ogende meiden transformeren in iets heel bijzonders. Terwijl de sprieterige benen ons om de oren klapperen, neem ik nog een chippie. Ja, we nemen het ervan op deze meidenavond.

“Als ik zo’n kop trek voor een foto, dan zie ik eruit als een dooie vis”, hoor ik mam opeens mompelen en ik stik zowat. Diezelfde gedachten heb ik namelijk ook altijd. Ik heb wel eens geprobeerd om een selfie te nemen met getuite lippen en, naar mijn idee, ogen die een verhaal vertellen. Meestal ziet dat eruit alsof ik moet poepen. Terwijl we daar nog wat over door discussiëren, komen de make-up tips. Ah, dat is altijd nuttig. ‘Begin je dagelijkse make-up met een goede primer’, hoor ik de visagiste zeggen. Primer? Dat smeerde ik op de muur voordat we gingen sausen. Kennelijk kan dat ook op je gezicht. Had ik die emmer nog beter even kunnen bewaren. ‘Voor een healthy glow en een flawless skin is het belangrijk om…’ Oké ik haak af. Dit is niet mijn ding. Ik moet er niet aan denken om deel uit te maken van zo’n vleeskeuring en elke dag volgebaggerd te worden met een laag plamuur of uren bij de kapper te zitten voor een kapsel dat ik vanzelf heb als ik met nat haar ga slapen. Bovendien ben ik niet elegant te slaan.
Ik denk ineens terug aan mijn bruiloftsvideo. Pap leidt me naar het prieel op het strand en ik stamp op mijn hakken naast hem richting mijn aanstaande. Ik zie eruit als een boerin die de bus moet halen. Om te huilen. Hakken en ik zijn sowieso geen goede vriendinnen. Met hakken kan ik niet hard lopen en ik heb kennelijk altijd haast.

Moeders heeft zich inmiddels maar gericht op de dansende mannen. Los van het feit dat ik dat wel altijd wat mieterig vind, ziet het er inderdaad geweldig uit. De afgetrainde wasbordjes lachen ons toe en ik kijk dan ook liever naar hen dan naar de meiden die met chagrijnige koppen op klompen over de catwalk zwalken.

Een Doutzen look-a-like wint de wedstrijd. Het was niet mijn favoriet. Ik ging voor de net-een-beetje-anders-griet. Een eigen stijltje, brutaal en mooi op een geheel afwijkende manier. Zij werd derde.

Ik heb echt niets met de modellenwereld en kennelijk ook geen verstand van wat mooi is. Maar volgend seizoen zitten we er weer klaar voor hoor! Afzeiken is namelijk zo lekker als je eigenlijk enorm jaloers bent op die prachtige lijven en aangeboren elegantie….

Marga, november 2016
Geschreven voor www.hoevrouwendenken.nl

Geplaatst in Divers, Hoe vrouwen denken

Roekilllll

Vroeger was er een reclame op tv van een verzekeringsmaatschappij waarin een man een vlieg uit een kom soep redt en deze probeert te reanimeren. De slogan luidde ‘Als ze bestaan, dan werken ze bij Univé.’
Ik kan zeggen: ze bestaan. En ik werk niet bij Univé. Als ik een vlieg zie borstcrawlen in mijn ranja, dan vis ik hem eruit, spoel hem schoon en blaas hem droog. Ik kan er niet tegen, die nutteloze doodsstrijd van zo’n beestje. En ja ik weet, het is een insect, maar ik maak uit principe vrijwel niets dood. Behalve wespen, want allergisch, muggen die mijn kind aanvallen en andere kruipsels die de pech hebben gehad om met teveel pootjes geboren te worden. Buiten dat hanteer ik een strikt alles-heeft-recht-op-leven motto.

Het zal je namelijk maar overkomen dat je ergens wandelt of vliegt en ineens bam! Vermorzeld. Dat Japie de Vlieg eeuwig wacht tot zijn vrouw thuis komt van het boodschappen doen en vervolgens aan zijn bloedjes van vliegkindertjes moet uitleggen dat mama waarschijnlijk nooit meer thuiskomt. Dat ze volledig uit elkaar gesplotsjd aan een vliegenmepper hangt, ergens op drie hoog. Het idee alleen al. Daarom, als het niet aan een boom groeit of in de grond, maak ik het niet dood. En dat mijn shaslikje ook ooit geboren is, daar denk ik dan maar, heel hypocriet, niet over na. Ik heb hem tenslotte niet zelf de nek om gedraaid.
Ik heb echter één beest dat ik in gedachten al duizenden malen en op de meest gruwelijke manieren aan zijn einde heb gebracht; de duif in mijn dakgoot. Elke ochtend, stipt om half 6, begint het geroekoe-oe-oe… Knéttergek word ik ervan. Ik heb hem (in gedachten, natuurlijk) al met dartpijlen bekogeld, dynamiet in zijn kont gestopt, in een kattenasiel loslaten en met stenen van de dakrand gegooid. Je kunt het zo gek niet bedenken of ik heb het al bedacht.

Mijn grens betreffende dit schepsel is zo ver overschreden dat het me niet meer uitmaakt hoeveel familieleden dit kreng zullen moeten missen. Als ik hem te pakken krijg, dan is hij van mij. Zegt ze stoer…
Want stel hè, dat hij (het moet wel een man zijn) even niet oplet en ik krijg hem daadwerkelijk in mijn vingers. En dat hij me dan hulpeloos aankijkt met van die knipperende kraaloogjes. Dan wordt het weer niks en laat ik hem gaan. Want ik zou het niet kunnen.
En dus blijf ik met liefde allerlei manieren om hem te vermoorden verzinnen en lig me ondertussen met drie kussens op mijn hoofd te verbijten.
Iedereen heeft het recht te leven. Een mooi motto.
Dus…
Roekoe-oe-oe…
Roekoe-oe-oe…

Marga, november 2016
Geschreven voor http://www.hoevrouwendenken.nl

Geplaatst in Auto, Hoe vrouwen denken

Droomduitser

Ik ben kortgeleden verhuisd van ’t Oost’n naar Het Westen van het land. Omdat ik nog geen andere baan heb, ben ik dus zo’n 160 kilometer verwijderd van mijn werk. Ik kar heel wat heen en weer. Vriend vond het daarom een goed idee als ik gebruik maakte van zijn ‘degelijke Duitser’ in plaats van op en neer te rijden in mijn ‘frivole Française’.

Gezien het feit dat ‘rammelende roestbak’  inmiddels een betere beschrijving is voor mijn autootje, is dat een niet geheel onverstandige keus. Ik ben dol op mijn lieflijke wagentje. Ze is klein, wendbaar en past bij mijn geringe lengte. Zij en ik, we lijken voor elkaar gemaakt. Ik verdwijn in die enorme bak van Vriend. De stoel moet een kilometer naar voren om bij de pedalen te kunnen en ik zit dan uiterst ongemakkelijk, zo rechtop en met mijn smoel haast op het stuur.
Voor me heb ik nog een gigantisch stuk neus, achter me een enórme kont. Dat voelt niet overzichtelijk. Ik kan er dus ook voor geen meter mee inparkeren en heb al regelmatig rondjes gereden op zoek naar een parkeerplaats waar ik het enorme gevaarte wél kwijt kan. En dan al die hendels en knopjes en toestanden. Ik vind nóóit wat ik nodig heb.

Maar: los van al die ongemakken begint het te wennen. En geniet ik er stiekem steeds meer van. Ik nestel me ’s ochtends in het comfortabele leer en zet de tas met mijn laptop naast me op die andere mooie stoel. Ik bén ineens iemand. Niet de sufmuts in een gebakje, die enkel rechts rijdt, maar de blonde stoot in een grote bak die met gemak en power de boel links inhaalt. De weggebruiker waar mensen voor aan de kant gaan. Ik durf nog net even voor de invoegstrook ophoudt, een beetje gas bij te geven. De power in deze auto zorgt er namelijk voor dat ik niet alsnog moet afdruipen omdat ik niet hard genoeg kan. Ik doe mee met de grote jongens, de yuppenclub, de zakenlui.
Ik heb zelfs zo’n kleerhangergeval achter de hoofdsteun, waar ik nooit een colbertje aan hang. Maar het zóu kunnen. Ik geniet, ik ben vrij, ik ben the woman of the road!
Tot ik hem weer in moet leveren na een paar dagen werken. Dan krijg ik mijn oude, vertrouwde dametje weer terug. Met mijn eigen snoepjes in het dashboardkastje, mijn wanhopig maar zinloos platgetrapte gaspedaaltje én een usb-stick met míjn muziek.
Ach ja…
Ook best aardig…

Marga, november 2016
Geschreven voor http://www.hoevrouwendenken.nl