Geplaatst in Liefde

Soms

Soms word ik helemaal gek van je.. Omdat je er altijd bent.

Altijd alles mét elkaar, het sleutelwoord is samen. Soms krijg ik daar de kriebels van. Dan wil ik wegrennen, uitbreken uit het keurslijf wat ze ‘huwelijk’ hebben genoemd. Soms wil ik gewoon alleen zijn, doen waar ik zelf zin in heb. Zelf bepalen hoe, met wie en wanneer ik er zin in heb. Weg gaan als ik die behoefte voel, eten wat ik wil en wanneer ik dat wil en niet gebonden zijn aan de regels die horen bij het huwelijk en het principe van ‘eeuwige trouw’.

Af en toe kijk ik van een afstand naar ons leventje en dan kan ik een ‘is-dit-het-nou’ gevoel niet onderdrukken. Dan stel ik mezelf de vraag of ik gelukkig ben en moet mezelf het antwoord schuldig blijven. Had ik niet vreselijk elk weekend in de kroeg moeten hangen om te kijken of ik nog in de markt lig? Had ik niet elke week een andere vent moeten uitproberen om zeker te weten dat ik de goede heb gekozen? Had überhaupt het vergelijkingsmateriaal niet wat ruimer moeten zijn?

Soms ben ik jaloers op de vrijgezellen in mijn omgeving. Wat heerlijk als je gewoon kunt doen waar je zin in hebt en af en toe gewoon lekker alleen bent. Wat super als je gewoon op dinsdagavond “wijvenseries” kan kijken zonder gemopper of gezap in de reclame. Geweldig om aan niemand verantwoording af te leggen als je weer eens later dan gepland thuis komt…

Maar dan is daar zo’n moment… dan ik na een zware week werken ’s avonds laat naar huis rijd en denk aan mijn lief die op me wacht. Een troostende warmte waar ik vermoeid tegenaan kan rollen. Die de volgende dag mijn schouders masseert en een bad laat vollopen. Iemand die ook van me houdt als ik make-uploos en in pyjama op de bank hang en me opwarmt als het koud is. Iemand bij wie ik volledig mezelf kan zijn. Iemand die me zonder woorden begrijpt die me door en door kent en al mijn tekortkomingen met de mantel der liefde bedekt.

Soms hou ik zielsveel van je.. Omdat je er altijd bent.

Marga, 2010

Geplaatst in Puzzelen

Puzzelen

De buurman is ermee begonnen. Kreeg het ineens op zijn heupen… En ik kwam onschuldig langs. Even mijn zinnen verzetten, even praten en lachen. Daar zat hij, in alle rust aan tafel. Voor hem een plakkaat ondefinieerbare stukjes die zijn plek nog moesten vinden in het grote raamwerk voor zijn neus. Typerend voor de manier waarop ik me op dat moment voelde. Een basis met losse kleine stukjes die er wel zijn, maar nog niet in elkaar passen.
Ik schoof aan, zei verder niet veel en vroeg hoe het ging. “Ik zoek het stukje wat hier moet”: zei hij en automatisch vlogen mijn ogen over de gekleurde stukjes karton die op tafel lagen. Een grijs stukje met een beetje rood, niet makkelijk tussen al die grijze-met-een-beetje-rood stukjes vrachtwagen die er lagen. Na een tijdje turen zag ik iets wat het kon zijn en met een triomfantelijk gebaar drukte ik het stukje op zijn plaats. Er waren geen woorden meer nodig… Het onbeschrijfelijke gevoel van het zachte klikje waarmee het stukje puzzel paste. Paste alles maar zo makkelijk in elkaar…

Vanaf dat moment was mijn nieuwe verslaving geboren. De volgende ochtend prijkten er op mijn tafel thuis een arsenaal gekleurde stukjes karton. Wat een heerlijke uitdaging, gedachteloos stukjes in elkaar passen. Voor mij ontstond stukje bij beetje een prachtige afbeelding van alle denkbare disneyfiguren…

Ik vond een stapeltje Mickeydelen die al door mijn (inmiddels eveneens verslaafde en net als ik op zoek naar een rustgevende bezigheid echtgenoot)  bij elkaar gelegd waren. Handig! De grootste ruzie kreeg ik toen hij thuis kwam en ontdekte dat ik “zijn” Mickey in elkaar had gezet. Ik kon het ook niet goedmaken met de mededeling dat er ook nog een Minnie was en dat hij die dan wel mocht doen. Mickey staat stoer en prominent als tovenaar in het midden, Minnie draagt een prachtige roze jurk, maar staat wel een beetje in een hoekje en is een stuk kleiner.. Tja, een echt goede ruil was het natuurlijk niet.

Verslaafd waren we inmiddels wel. Voor het ontbijt werd er nog even gepuzzeld en ’s avonds na het eten tot het donker werd. 1000 kleine stukjes vonden hun weg naar hun uiteindelijke bestemming. Dat wil zeggen in ons geval 998, want de grootste nachtmerrie van een verslaafde puzzelaar werd werkelijkheid bij ons, we mistten twee stukjes!!!! Verschrikkelijk. Ik heb koortsachtig de stofzuigerbak (modern apparaat zonder zak) uitgeplozen, maar het mocht niet baten… Het is niet anders, Minnie (weer die Minnie) zal door het leven moeten met een halve hoed en in de wateren bij Zuid-Afrika prijkt ook een gapend gat.

Net zo’n gapend gat als wat ontstond na het afronden van onze puzzel…Het was zo’n therapeutische tijdsbesteding…Een puzzel die af is is maar even leuk om naar te kijken, maar eigenlijk ligt hij vooral erg in de weg.

De buurtjes waren echter inmiddels net weer aan een nieuw project begonnen, dus gewapend met babyfoon en een zak chips schoven we aan bij een nieuw disneyavontuur. Na het afmaken van het welbekende raamwerk begon een ieder aan een eigen klein project. “Ziet er nog iemand stukken dalmatiër?”, “Ik zoek de borsten van Assepoester”, “ik heb hier wel borsten, maar volgens mij zijn die van Ariël”, “ik mis nog een stukje van die k*tteigetje”, “ein-de-lijk heb ik de arm van pinokkio gevonden”, “als iemand een blauw stukje ziet met een stukje roze en een geel puntje dan wil ik die graag hebben”… Urenlang werd er niets meer gezegd dan de meest onzinnige vragen om ledematen, stukjes blauw, groen of geel, hoofden, haren, neuzen en ogen. Er werd gezucht als hét stukje niet gevonden werd, euforisch gejuicht als dat wel het geval was en genoten van de heerlijke onzinnige tijdsbesteding.

Geen moeilijke gesprekken, geen wereld- of relatieproblematiek, geen crisis, geen zorgen… Gewoon vier dertigers die een disneypuzzel maken… Hoe simpel en gezellig kan het zijn.

Marga, september 2009

Geplaatst in Reunie

Ontmoeting met vroeger

1999

Vers van school en met geen enkel idee welke richting ik op wilde rolde ik bij toeval de Rabobank binnen. Als binnendienstmedewerker bedrijven begon ik aan mijn eerste echte baan. Het was een klein bankje, 1 grote werkruimte met daarnaast het woonhuis van de oud-directeur. Vergaderen deden we in zijn oude woonkamer, die ene keer per 3 maanden dat dat nodig was. Afstemmingsoverleggen kenden we niet, iedereen deed zijn of haar ding en iedereen wist ook van iedereen wat hij of zij deed. In de keuken werd er gezamenlijk geluncht (gewoon met brood van de bakker en beleg van de supermarkt) en op vrijdag voor de avondopenstelling gezamenlijk gegeten met de mensen van buiten het dorp. Het was een echte dorpsbank, het ultieme ‘ons kent ons’ gevoel en al was ik een vreemde eend in de bijt, ik ging erbij horen. Na 3 weken hield het “van wie ben ie d’r ene van” op en hadden mijn klanten geaccepteerd dat ik veul te netties proate en een soort van Belgische ouders had die niemand kende. Dienstverlening was nog uitgebreid. Een eigen balie waar geld gestort en opgenomen kon worden was nog normaal. (pinn’n dut wie niet, ik hold nie van geld uut de muur trek’n). Elke week kwam de eigenaresse van de plaatselijke snackbar al het verdiende geld brengen in plastic mayonaise-emmertjes. Ik kende de rekeningnummers van de klanten uit mijn hoofd, wist hoeveel en in welke coupures ze het geld wilden hebben en ik raakte helemaal ingeburgerd. Het leukste was de komst van email waarmee we elkaar (slechts intern) konden mailen. Fantastisch dat je niet meer 2 meter hoefde te lopen naar je collega maar het nu ook digitaal kon doen. Alhoewel, was erheen lopen eigenlijk niet veel gezelliger?

Andere tijden kwamen. De bank barstte uit zijn voegen, want de eerste fusie stond op stapel. Er moest verbouwd worden, dus verhuisden we met zijn allen naar een noodlocatie op een parkeerplaats nabij de oude bank. Vanaf dat moment veranderde alles. Van 1 grote ruimte kreeg nu elke “afdeling” zijn eigen kantoor. De bedrijvenbalie verdween en mijn persoonlijke contact met mijn klanten ook. We leerden ze pinnen en telebankieren en uiteindelijk kwam er bijna geen zakelijke klant meer aan de balie. Vanuit de noodlocatie heb ik uiteindelijk afscheid genomen om mijn geluk te beproeven als adviseur bij de Rabobank in de stad waar ik was gaan samenwonen. Een grote stadsbank, 10x zoveel collega’s, een modern groot pand, professionele dienstverlening en een zeer ongelukkige mij die het er uiteindelijk een jaar uithield voor ik de Rabo voorgoed vaarwel zei en een hele gelukkige ambtenaar werd.

2010

Een wijkcentrum in het mij zo bekende dorp. Op de parkeerplaats word ik gegroet door mensen die me vaag bekend voor komen, maar van wie ik met de beste wil van de wereld de naam niet meer weet. Ietwat onwennig schuifel ik naar de zaal waar een groep mensen al uitbundig met elkaar staat te praten. Ik kom langs een tafel met naambadges en slaak een zucht van verlichting. Dat lost meteen mijn hoe-heet-je-ook-alweer vraagstuk op. Ik loop naar binnen en zet me schrap voor de gebruikelijke “wat ben je dik/oud/lelijk” geworden opmerkingen die, naar ik dacht, op reünies aan de orde van de dag zijn. Ik werd echter blij verrast dat dat wel meeviel, iedereen me nog scheen te herkennen en dat ik ook best veel van de aanwezigen zelf nog kende. De tijd ging echt even terug terwijl ik herinneringen ophaalde met mijn collega-vrienden van toen. Er werden prachtige verhalen verteld over de tijd dat er nog geen p.c’s waren en alles nog geschreven werd en later getypt. Ook ik heb de typetijd nog meegemaakt, ondanks het feit dat er toen al wel p.c’s waren. Nachtmerries heb ik gehad bij het typen van verstrekkingnota’s die altijd met 2 doordrukvellen de typemachine in gingen. Een foutje was niet te type-exen, de doordrukvellen waren genadeloos… Bezint eer ge een toets aanslaat, anders kon je weer opnieuw beginnen. En foutjes kwamen ALTIJD pas als je bijna klaar was. Urenlang werd er gelachen en gepraat, herinneringen opgehaald, stilgestaan bij het overlijden van diverse collega’s en geteld hoeveel kinderen er bij iedereen inmiddels bij gekomen waren. (Ik haalde met mijn ene mannetje het gemiddelde in dit christelijke dorp behoorlijk naar beneden).

Gaandeweg de dag begon ik te voelen dat de verschillende fusies en de veranderende dienstverlening de bank en dan met name de werknemers geen goed heeft gedaan. “Het is niet meer zo leuk als vroeger” heb ik heel veel gehoord. Ook bleek dat de meeste aanwezigen, net als ik, al lang niet meer werkzaam waren bij de bank en ook hun geluk elders hadden beproefd.

Ook de oud directeur had zijn functie inmiddels neergelegd. Grappig dat deze persoon waar ik vroeger toch wat bang voor was, nu ook ineens een mens bleek te zijn en niet alleen iemand die regeerde vanaf grote hoogte vanuit een kantoor met een metershoge drempel waar ik liever niet dan wel overheen stapte. Zo was dat toen met bazen, die hoorden niet bij de werkvloer en spraken we aan met “meneer”. De tijd is veranderd…

Ik realiseerde me ook dat ik zelf ook ben veranderd. De tijd van het onzekere, net-van-school-en zoekende mutsje is voorgoed voorbij. Ik heb mijn stek gevonden en ben heel blij met de keuzes die ik heb gemaakt. De commerciële wereld is niet mijn wereld, dat is me inmiddels meer dan duidelijk.

Het was een superdag! Om al die gezichten weer te zien en even terug te gaan naar toen was leuker dan ik gedacht had.

En… ik heb niet 1 keer gehoord dat ik dik ben geworden…;-)

Marga, 2010

Geplaatst in Mama, Thomas

Mom on the move, week one!

Maandagochtend 07.00 uur
Maham… IK WIL NIET NAAR SCHOOL!!!
Waarom moet ik naar school, ik wil het niet, ik wil het niet….

08.30
Schatje, de schoolbel is gegaan, mama moet nu weg…
Neeeeheeh, ik zal je zo missen, waarom moet je werken..
Mama hoeft vandaag niet te werken, mama heeft vrij genomen, omdat het jouw eerste dag is dus we kunnen vandaag gewoon samen eten. Ik kom je straks halen…

10.00
Hoeveel tijd heb ik nog om alles te doen wat ik in mijn hoofd had op deze kindloze ochtend?

11.45
Mamaaaaah, ik vond het zo leuk op school!
Maar de dag is nog niet afgelopen lieverd, je moet vanmiddag nog.
Nee mama, als ik thuis ben, blijf ik thuis
Nee schat, je eet vandaag een keer bij mama, maar daarna ga je weer naar school
Nee mama, ik blijf vanmiddag bij jou

13.15
Schatje, de schoolbel is gegaan, mama moet nu weg….
Neeheeeh, ik zal je zo missen, waarom moet ik hier blijven….

14.00
Zal ik de badkamer gaan doen, of geniet ik nog even van de rust…

15.15
Mamaaaaaah, ik vond het zo leuk op school!
Fijn schat, ga je dat nu onthouden dan, dan hoef je morgen niet weer te huilen…
Ja mam, ik ga nooooit meer huilen, ik vind de juf lief en de school leuk…

Dinsdagochtend 07.00
Maham… IK WIL NIET NAAR SCHOOL!!!
Lieverd, je gaat vanaf nu elke dag naar school, dus wen er maar aan..
IK WIL NIET… Ik mag gelukkig wel weer bij jou eten.
Nee schat, mama moet vandaag ook werken, dus je blijft over op school met de andere kindjes..
IK WIL NIET OVERBLIJVEN!!!

08.30
JE MAG NIET WEG GAAN MAMA!!!

14.00
Ik moet over een half uur al weg en ik heb nog lang niet gedaan wat ik wilde doen…

15.15
Mamaaaaah, ik vond het zo leuk op school, morgen ga ik niet huilen…

Woensdagochtend 07.00
Maham… Waar ga ik vandaag heen?
Naar school schat..
Alweer naar school? Ik vind de school niet leuk, IK WIL NAAR OMA!!!
Dat kan niet schat, alle kindjes gaan naar school. En het is maar een halve dag, vanmiddag komen papa en opa je samen ophalen…

08.30
Ik hoef niet over te blijven hè mama, vanmiddag eet ik met papa..
Ja schat, vanmiddag eet je met papa

14.30
Shit, ik moet mijn kind ophalen.. Oh nee, het is woensdag, ik werk vandaag de hele dag…
Jeetje, woensdag nog maar, wat gaat die week langzaam.

Donderdagochtend 07.00
Maham, IK WIL NIET NAAR SCHOOL!
Schat, ik begin er nu een beetje moe van te worden. Mama is ook moe, ik heb het 1000x uitgelegd, je gaat gewoon.

08.30
Mama gaat nu ook weg lieverd, net als alle andere mama’s die 10 minuten geleden al weg zijn gegaan.
Opa en papa komen mij halen hè mama? En dan eet ik thuis een broodje.
Nee lieverd, vandaag blijf je over op school, want mama moet werken.
IK WIL NIET OVERBLIJVEN!!!
“Blijft hij vandaag weer over, mama van T?”
Ja juf, T blijft 3 dagen in de week over op school…
Oh…
En óók nog 1 middag naar de BSO?
Ja…
Oh…

14.30
Ik ben een slechte moeder, ik werk teveel, hij redt het niet, alle andere moeders zijn gewoon thuis tussen de middag, maar ik moet weer zo nodig carrière maken… Ik dacht dat ik het zo goed geregeld had, 2 dagen 8 uur en 2 dagen 6 uur werken. 1 Middag naar de BSO, 1 middag papa thuis en 3 middagen mama…
Moet ik het dan toch anders doen, had ik niet….
Shit, ik moet mijn kind ophalen, anders kom ik te laat.

Vrijdagochtend 07.00

07.30
Gaaaaap, goedemorgen mama
Goedemorgen lieverd
Laatste dag vandaag schat, dan zit de week er weer op.
Mama is lekker vrij vandaag, en jij hoeft ook maar een halve dag.
Komen opa en papa me dan halen?
Nee, mama is toch vrij…
Moet ik dan ook overblijven?
Nee, mama is vrij, dus je eet bij mij…
En hoef ik dan ook niet meer terug naar school?
Nee schat, je bent vrij vanmiddag…
En dan hoef ik nooooit meer naar school?
Jawel schat, dan is alleen deze week voorbij… Na het weekend ga je gewoon weer naar school..
Oh…
Ga ik dan nooit meer naar oma?
Alleen in de vakanties schat…
Oh…
School is best leuk mama en ik vind de juf lief, want ze heeft mooie schoenen…
Daar ben ik blij om lieverd

8.45
Waarom vinden alle moeders het nodig om IN het gangpad van de supermarkt met elkaar te gaan staan beppen???

9.30
Boodschappen in huis, was hangt buiten en de badkamer schreeuwt nog steeds om een beurt…
Nog 2,5 uur, dan zit de eerste week van 8 werkende-moeder-met-schoolgaand-kind- jaren erop…

Eerst maar even een kopje thee…

Marga, 2008

Geplaatst in Bezinning

Mijn kijk op mijn leven..

Soms verbaas ik me erover dat je manier van denken naarmate je ouder wordt zo enorm verandert.
Een dag na de aankoop van ons eerste huis haastten we ons naar de woonboulevard om daar dure meubels in te slaan omdat het “zo´n goede kwaliteit was dat we er 20 jaar plezier van zouden hebben”. Waarom heb ik me destijds niet beseft dat ik liever wilde genieten van ons spaargeld in plaats van het in veel te dure spullen te stoppen. Waarom heb ik me destijds niet beseft dat het helemaal niet zo makkelijk is om weer 20.000 (toen nog) gulden bij elkaar te schrapen. We hadden het gespaard, samen, omdat thuiswonen zo lekker goedkoop was en het is allemaal naar het huis gegaan. Zelfs de overwaarde van ons eerste huis hebben we gestopt in de verbouwing van het tweede. Was ik minder gelukkig geweest met Ikeameubels? Was ons kind minder goed groot geworden zonder een splinternieuwe babykamer en wandelwagen die beiden nu al een tijdje op zolder staan te verstoffen? Ik wilde dat dit besef er eerder was geweest. Dan hadden we nu in deze crisistijden nog een lekkere spaarrekening om op terug te vallen en leuke dingen van te doen.

De laatste jaren ben ik aan het veranderen. Mijn kijk op veel dingen verandert. Ik ben totaal niet materialistisch (meer) en kom er steeds meer achter dat het leven daar niet om draait. Zet mij maar in een klein huisje met een open haard en de kneuterigheid en liefde van de mensen om me heen en ik ben gelukkig. Het hoeft voor mij allemaal niet groots en duur.

Ik word ook steeds meer een dromer en zie kansen en mogelijkheden in plaats van problemen en onmogelijkheden. Ik wil veel maken van het korte leven dat ik heb. Toen ik vorig jaar 30 werd realiseerde ik me ineens dat ik me weinig kon herinneren van de 10 jaar daarvoor. Was er gewoon niks wezenlijks gebeurd (afgezien van het feit dat ik moeder was geworden, dát kon ik me dan nog wel herinneren), of heb ik niet bewust geleefd?

Nu ik zelf anders in het leven sta begrijp ik die stresskippen om me heen steeds minder.
Zet alles eens af tegen de grootsheid van onze voorouders, de generaties die nog na ons komen..en de omvang van de aarde en het oneindige heelal. Hoe belangrijk is het dan nog wat wij hier aan het rommelen zijn op dat kleine stukje in dat grote geheel in dat piepkleine stukje tijd dat ´jouw leven´ heet.
En dat wil niet zeggen dat ik onverschillig word, integendeel. Wat het wel betekent? Werk doen wat je leuk vindt, keuzes maken waar je achter staat, niet meer elke dag balen van het ontbreken van het perfecte figuurtje, dingen die je wil doen gewoon doen, geen spijt hebben van dingen die je hebt gedaan en ook geen spijt hebben van dingen die je niet hebt gedaan. Doe ze gewoon alsnog, of leg het naast je neer. Stel niets uit tot morgen. Elke dag die je verspilt komt nooit meer terug.
Ik wilde dat ik dat tien jaar eerder al had bedacht.

Zou het leven ook een eigen kijk op mij hebben?

Marga, 2009

Geplaatst in Gedicht

Ik was het zelf op wie ik wachtte..

Heeft iemand je wel eens verteld
dat je helemaal goed genoeg bent?
Dat je mooi genoeg, lief genoeg, wijs genoeg,
sterk en slim genoeg leeft?
Heeft iemand gezien hoe je je best doet
te roeien met de riemen die je hebt,
om te gaan met alles dat het leven je biedt
En dat je met alles dat je nu weet en kunt
het best mogelijke doet?
Heeft iemand je al eens gezegd
dat je wel even pauze mag nemen
Even rusten, even voldaan zijn
omdat je voldoende doet om te voldoen?
Fluistert iemand je steun en bemoediging toe zoals:
Goed zo
Toe maar
Moet je doen
Je mag nee zeggen
Kom op
Je kan ‘t
Volhouden
Je moet niks
Laat maar los
’t is goed
Je durft ’t wel
Wat je ook doet, ik sta achter je

Strijkt er iemand heel zacht langs je wangen als je slaapt
En blijft diegene een tijdje glimlachend van bewondering
En trots bij je bed naar je kijken?
Zingt iemand slaapliedjes wanneer je niet kunt slapen
En kust iemand je wakker als je akelig droomt?
Is er iemand die blij is als je thuiskomt
En die je uitzwaait en succes wenst als je weggaat?
Is er iemand die ’t gefluister van je dromen hoort
En je aanmoedigt ze achterna te gaan en je bemoedigt
Wanneer je onderweg obstakels tegen komt?
Is er iemand om je geluk mee te vieren,
onbedaarlijk mee te lachen
En ook het zwartste zwart van je depressie
mee tegemoet te treden?
Zegt iemand dat ieder gevoel dat je ervaart er mag zijn
En dat alles ook weer voorbij gaat;
Dat ’t na iedere winter altijd ook weer lente wordt?
Houdt er iemand van iedere centimeter van je lijf;
Van ieder romig vetrolletje en ieder mager plekje,
Van alles dat heel en stuk en gezond en ziek is?
Is er iemand die vindt dat je mag luieren
Soezen, hangen, lanterfanteren, lummelen
Rotzooien, flierefluiten en rommelen
Zonder dat “het iets moet worden”?
Is er iemand die je toejuicht en zegt dat je:
Vals mag zingen
Gekker dan gek mag dansen
Rare kleren mag dragen
Glitters op mag als ’t jou uitkomt
Je eigen stijl en smaak mag volgen
Niet mee hoeft in het gareel
Mag gillen en keihard mag lachen
Af en toe mag spijbelen
Bonbons mag smikkelen
Luidruchtig, kleurrijk en ongewoon mag zijn?
Is er iemand die zeker weet
dat jouw intuïtie altijd het beste met je voorheeft
en dat dit ’t kompas is waarop je wel vaart?
Is er iemand die blij is dat je bestaat
en je nooit zou willen missen
omdat er niemand is zoals jij?
Weet iemand dat je altijd ’t beste doet
dat je (op dat moment) kunt
En is er iemand die dat goed genoeg vindt
Ook al kan ’t morgen misschien beter?
Is er iemand bij wie je tegelijk thuis bent en op avontuur
Iemand op wie je kunt bouwen zonder gevangen te zijn?
Is er iemand die teder fluistert
dat je net zo perfect bent als een musje
Een sneeuwvlok, een regendruppel in de lente,
een kusje van een kind?
Is er iemand die echt van je houdt?
Mijn wens voor jou is dat jij zelf diegene bent.
Ik wens je de ont-dekking:
IK WAS HET ZELF OP WIE IK WACHTTE

Geplaatst in Thomas

Hoera het is een jongetje…

Hoera het is een jongetje

Ik kom thuis en breek meteen mijn nek over een Star Wars zwaard en mini-playmobil pistolen. Van de clics is een racebaan gemaakt van de achterdeur tot aan de keuken en je bent er met monstertrucks overheen aan het raggen. Uit je mond komt een geluid wat in het midden ligt tussen het gebrul van een leeuw in nood en mijn Peugeotje met zijn kapotte uitlaat. Op hetzelfde moment woedt in de andere hoek van de kamer een vreselijke oorlog tussen de spookpiraten, de gewone piraten en de… nou ja, themaloze playmobilpoppetjes die eigenlijk normaal gesproken onschuldig in een safari-auto rondrijden, maar nu een pistool in hun handen gedrukt hebben gekregen.

De monstertrucks staan op een rijtje opgesteld te wachten op hun beurt. Elke race wordt van luid commentaar voorzien. “Captains Curse haalt Grave Digger in en jaaaaaaaa hij wint de race op het nippertje.” Wat was het weer spannend.

Zelf ben je gehuld in een samenraapsel van verkleedkleren. Wat je precies bent weet ik niet, maar het ziet er gevaarlijk uit. Dat komt misschien ook door de woeste, fanatieke blik in je ogen.

Je spel heeft ervoor gezorgd dat de oorlog inmiddels ten einde is, alle mannetjes liggen inmiddels op de grond. Ze zijn dood…gut…Koppen eraf (of alleen het haar als de koppen te vast zitten), rondslingerende wapens en een overmeesterde piratenboot met spookpiraten die nog lachen en overeind staan, want die waren tenslotte al dood.

Hoe vaak ik ook zeg dat oorlog geen spelletje is en doodmaken ook niet leuk is om samen te spelen, je wuift mijn bezwaren weg. “Mam, het is toch niet echt. Ze zijn van plastic hoor, de kop zit er alweer op. En ik schiet Leo toch ook niet echt dood, het is maar een knappertjespistool.”

Juist….

Captains Curse is inmiddels met Grave Digger aan een nieuwe race begonnen, maar deze keer is een `naamloze groene monstertruck die niet heel mooi is en ook niet bij de echte monstertruckshow was, maar wel een supercool geluid heeft vind jij ook niet mam`, ze te snel af.

De racegeluiden snerpen door mijn oren…

Hoera, het is een jongetje!

Marga, januari 2011