Geplaatst in Divers, Hoe vrouwen denken, Mama, Mannen

The joy of cleaning

Lou schreef laatst over haar huishouden van Jan Steen. Tja dan kan ik natuurlijk weer niet achterblijven als mijn huis zo totaal een tegenhanger is van het hare. Hier staat of hangt alles op zijn plek en is schoon. Altijd! Althans, dat zou ik graag willen. Sinds mijn huishouden is uitgebreid met een man en een blije bruine labrador, is het huis nooit meer zoals ik het graag zou zien. Ja, precies vijf minuten. Daarna rekt de luie hond zich uit, springt drie keer op en neer, smijt een knuffel door het huis, rent erachteraan en schudt zich dan even flink uit. El-luk-ke dag swiffer ik drie cavia’s op en dan nog ligt er altijd haar. Niets aan te doen, ik leer ermee leven.

Los daarvan is altijd alles schoon. Niet dat ik smetvrees heb hoor, ik heb gewoon een hekel aan rommel. Waarschijnlijk omdat het in mijn hoofd altijd een rommelzooitje is. Gedachten lopen door elkaar en ik maak me altijd wel druk om het een of ander. Ik wil het daarom om me heen netjes hebben. Met niet al teveel kleur en gedoe. Daar schreef ik al eens eerder over. Het is alleen zo jammer dat mijn huisgenoten daar geen enkele boodschap aan hebben. Die gaan prima op rotzooi en stof. De kamer van mijn zoon is regelmatig ground zero. Dan trek ik moedeloos de deur maar weer achter me dicht en zet de stofzuiger voor zijn deur. Hint!

Vriend is dol op post overal neergooien. Brieven waar nog iets mee moet gebeuren (we hebben een postbakje waar nog af te handelen/ op te ruimen post in moet!), pakketjes folders die hij nog graag door wil kijken (doe dat dan, dan kunnen ze weg) en rekeningen die nog moeten worden betaald (had ik al gezegd dat we een postbakje hebben?). Ook vind ik o-ver-al gereedschap. Altijd! Bitjes, schroevendraaiers, onderdelen, je kunt het zo gek niet bedenken of het ligt in de fruitschaal, op de wc of in de badkamer.

Je kunt je afvragen: waar maak je je druk over. Dat doe ik dus ook… elke dag. Voordat ik weer achter de hond aan stofzuig en zuchtend een bakje maak met gevonden voorwerpen. Dan vraag ik me af wat het nut is. Het huis is om in te leven en morgen is het toch weer een zooitje. En het allerirritantste is dat iedereen altijd alles weet te vinden. Behalve ik. Ik ruim mijn spullen op en ben ze vervolgens kwijt. Wie is er dan dom?

Marga, februari 2017
Geschreven voor http://www.hoevrouwendenken.nl

 

Geplaatst in Hoe vrouwen denken, Liefde, Met een knipoog, Relatie, Vriendschap

Tinder

Als gelukkige ‘partner-van’ heb ik nooit hoeven daten. Het fenomeen Tinder was mij dan ook volledig vreemd. Tot vorige week vriendin D langskwam. D is mooi, lief en geweldig. En vrijgezel, dat ook. Waarom is me een compleet raadsel, maar ze is het en wil het niet zijn. Daarom zit ze op Tinder. Op zoek naar liefde net als véle anderen zo ontdekte ik tijdens een kop thee in een restaurantje aan het Haagse strand.

Bron: Stocksnap

Ik leerde te Tinderen. Swipe naar links is bah, swipe naar rechts betekent aha leuk. En als je geluk hebt, dan heeft die ander ook al eerder naar rechts geswiped en dan is er een match. Hele hordes mannen passeerden de revue. Binnen een seconde werden ze door D afgeserveerd. Waarom vroeg ik haar. Er kwam een ‘what not to do on tinder’ lijstje.

– Mannen die met een vis op de foto staan (kijk mij eens een grote vis kunnen vissen. En serieus is er iets onsexiër dan vissen?)
– Mannen die met hun kinderen op de foto staan (kijk mij eens een fantastische vader zijn. Ik ben zo trots op mijn kinderen dat ik ze zelf voor iedere mafkees zichtbaar op een datingsite zet)
– Mannen die sportief zijn of graag zouden willen zijn en daarom met snowboard op de foto staan (kijk, ik sport!)
– Onuitspreekbare namen (oooh tjszaheram neem me!)
– Mannen die een wensenlijstje op Tinder zetten waaraan hun vrouw moet voldoen (ik ben zelf zó geweldig, ik verlang daarom alleen het allerbeste)
– Te kleine mannen (hoe gaat het daar beneden?) en te grote mannen (ik kan er niet bij)
– Lange voorstellulverhalen (ik ben lelijk en probeer dat goed te maken met mijn sprankelende persoonlijkheid)
– Lange lulverhalen met taalfouten (me kinderen, serieus?)
– Korte lulverhalen met taalfouten (drie zinnen en dan nog niet foutloos?)
– Met bier op de foto (zuipschuit), vooral Schultenbrau (zuipschuit en armoedzaaier)
– Met anderen op de foto (kijk mij eens vrienden hebben en wie is in vredesnaam wie? Zoek gewoon de knapste uit. Één tip, die is het meestal niet)
– Maar één foto hebben (nepprofiel?)
– Ik heb een vrouw maar zij weet dat ik op Tinder zit (duuuhhsss……)
– Openminded (ik doe het ook met anderen)
– Dol op healthyfoods (doe mij maar een frikandel en come on, welke echte vent gebruikt het woord healtyfoods???)
– Te oud (want kinderwens)
– Te jong (want kinderwens)
– Teveel haar of te weinig haar
– Haar op de verkeerde plaatsen (geloof me, je ziet soms meer van de heren dan je lief is)
– Speaking of that, piemels op een datingsite, doe maar niet….

Bron: Stocksnap

Ik leerde wat ONS betekent (geen One Night Stands), en ik leerde binnen een seconde een man te beoordelen. Niets voor mij, ze zagen er allemaal nog steeds prima uit. Kennelijk kijk ik heel anders naar mannen. Of ben ik gewoon niet kritisch, dat kan natuurlijk ook. Feit is wel dat ik blij ben dat ik niet hoef te daten. Ik zou hier een dagtaak aan hebben. Ik zoek in iedereen wel iets moois en als ik een match heb met iemand, dan zou ik het zielig vinden om niets van me te laten horen. Ik zou alle teksten lezen en alle foto’s bekijken. Niet iemand op basis van 1 seconde al afserveren. Wat nou als ik de man van mijn dromen met één swipe in de prullenbak mieter?

Ik vind daten maar moeilijk. Ik heb een te gevoelig hart en het beoordelingsvermogen van een mug. Dat zou een ramp worden.

Terwijl naast ons een stelletje volledig opgaat in elkaar, zoekt D online verder naar liefde. Ik verlangde ineens intens naar de warmte van mijn man. Wat gun ik haar dat ook!

Marga, 8 februari 2017
Geschreven voor http://www.hoevrouwendenken.nl

Geplaatst in Den Haag, Divers, Hoe vrouwen denken

Waar ben ik?

 

De oplettende lezer heeft het inmiddels al een keer of tig kunnen lezen: ik ben verhuisd. Van een kleine stad naar een heul grote stad aan de andere kant van het land. Een enorme overgang en ik moet aan alles wennen. Van het nieuwe accentje, naar de tramrails op de weg (überhaupt, die trams! Ik heb er na mijn rijexamen nooit iets mee hoeven doen, dus hoe zát het ook alweer met die regels?), naar boodschappen kunnen doen op zondag. Oké eerlijk, aan dat laatste was ik vrij snel gewend, maar voor de rest kost het nog wel even tijd voordat ik hier mijn weg heb gevonden. Ja, ook letterlijk.

Qua richtingsgevoel ben ik een échte vrouw. Ik kan fileparkeren, kaartlezen en vlot rijden, maar de weg vinden zonder navigatie (of kaart) is een drama. Dat was het al, maar dat is hier nog even net een beetje erger. ‘Ga hier links’ klinkt simpel, maar als je vier banen naar links hebt waarvan er drie busbanen en trambanen zijn, dan ontstaat er een lichte paniek. Met achter me een tram, voor me een bus, fietsers die me om de oren vliegen en claxonerende auto’s kan een extra deootje geen kwaad. Wat-een-hel! Ik snap nu inmiddels wel waarom er zoveel trams rijden; er is geen hond die het erop waagt om met de auto te gaan.

Ik voel me een toerist in mijn eigen woonplaats. Als Vriend met mij ergens heen rijdt, dan is het net alsof hij op stap is met zijn demente oma. Ik zit enthousiast naast hem en wijs hem op de prachtige panden die deze stad rijk is. Dan glimlacht hij maar weer eens zuchtend en zegt zacht dat we hier vorige week ook al gereden hebben. En dat ik toen precies hetzelfde zei.

Ik lach het weg en roep dat het voor mij heel leuk is, want het is elke keer weer nieuw. Maar ondertussen baal ik als een stekker. Ik onthoud het niet en ik weet het niet. Al ben ik ergens dertig keer geweest, dan nóg weet ik de weg niet. En waar ik me in mijn simpele stad nog wel kon redden met mijn navigatie, ga ik zelfs daarmee hier genadeloos onderuit.
Hopelijk wordt het OV mijn beste vriend. Bijna 40 en voor het eerst in een tram. Het moet niet gekker worden.

Marga, 5 december 2016
Geschreven voor http://www.hoevrouwendenken.nl

Geplaatst in Divers, Hoe vrouwen denken

Wandelende tas

Ik heb geen tassenfetish. Ik heb maar één tas en dat schijnt voor een vrouw best bijzonder te zijn. Ik doe niet aan tassen die passen bij mijn outfit. Overigens hou ik ook niet heel erg van schoenen kopen en worstel ik me nog steeds door paaschocolade van 2012 heen, dus misschien ben ik wel geen echte vrouw.
Die ene tas moet dan wel een mooie zijn. Een goede, degelijke en vooral grote tas waarin alles past wat ik eigenlijk niet nodig heb, maar wel persé bij me wil hebben. Zo’n grote Mary Poppins bag waar ik in theorie ook best een schemerlamp mee zou kunnen nemen.
En omdat ik die tas elke dag meezeul en er nogal wat kilo’s spullen in vervoerd worden, moet deze degelijk zijn. En dat betekent: van leer. Ik vond mijn nieuwste schatje in een leuk, klein winkeltje in de stad. Stralend lachte ze me toe. Bruin en soepel leer en genoeg vakjes om al mijn spulletjes gesorteerd in op te bergen. Ik was op slag verliefd… en blut. De shopmiddag was met deze aankoop ook meteen voorbij.
Op de terugweg bij Vriend in de auto bleef ik maar naar mijn tas kijken en kreeg ineens een visioen van de bijpassende reistas waarover de verkoopster in de winkel sprak. Nadat ik het merk via mijn telefoon op internet had opgezocht, viel mijn oog op de productbeschrijving: ‘Fraaie tas van het soepelste kalfsleer.’ Wacht, wat? Kalfsleer??? De tas op mijn schoot veranderde op slag in een schattig kalfje dat me met bruine kijkers liefdevol aankeek. In gedachten zag ik een moederkoe worstelen om haar kind op de wereld te zetten. Ze beviel van mijn tas.
Ik deelde mijn hersenspinsels met Vriend. Die reageerde laconiek.
‘Schat, je loopt op koe, je zit op dit moment op koe en zelfs het dashboard is van koe.’
Waarom weet hij het altijd nog een graadje erger te maken? Ik heb er nooit eerder bij stilgestaan dat de bank waarop ik dagelijks zit, ooit geboren is en rondgewandeld heeft. Nu raak ik dat beeld niet meer kwijt.
Ik ben nog steeds blij met mijn mooie tas. Maar als ik had geweten dat hij van kalfsleer is gemaakt, dan had ik hem niet gekocht. Mijn tas heeft niet eens de kans gekregen om van het leven te genieten. Ik laat hem dan nu maar de wereld zien, bungelend aan mijn schouder.

Marga, december 2016
Geschreven voor http://www.hoevrouwendenken.nl

Geplaatst in Divers, Hoe vrouwen denken

Hollands next topmodel

Sinds kort woon ik (samen!) in het Westen. Omdat ik nog in het Oost’n werk, mijn huis daar sinds kort is verkocht en het echt geen doen is om elke dag op en neer te kachelen, woon ik tijdelijk twee dagen per week bij mijn ouders. Terug naar mijn roots en terug op mijn oude vertrouwde kamertje waar de glow in the dark sterren me herinneren aan de tijd dat ik jong was en zorgeloos mijn puberdromen droomde.

Ik dacht dat het me enorm veel moeite zou kosten, het niet meer hebben van een eigen stekkie en weer bij pap en mam in de kost, maar ik moet eerlijk zeggen, het is best lekker. Mijn mam is het ultiem verzorgende type voor wie mijn geluk nog belangrijker is dan het hare. Zo at ik dus afgelopen week mijn lievelingseten, stond de ontbijtboel ’s ochtends klaar en zat ik met mijn voetjes voor de houtkachel in warme sokken van mijn vader met een lekker kopje thee in de hand. Even weer kind zijn, is na al die verantwoordelijkheden die het ‘volwassen worden’ met zich mee brengt, heerlijk.

Pap had afgelopen dinsdag zijn vaste mannenkletsavond, dus mam en ik waren samen. Wat hebben we genoten. Gehuld in mijn pyjama en oversized sweater, want bij je ouders kun je zo lekker jezelf zijn, stuit ik na wat gezap op de finale van Hollands Next Topmodel. Ik heb niets met de modellenwereld (mam en ik tikken allebei krap de anderhalve meter aan en stonden in de goede rij toen de overdoses rondingen werden uitgedeeld), maar ik vind het altijd mooi om te zien hoe de toch wat saai ogende meiden transformeren in iets heel bijzonders. Terwijl de sprieterige benen ons om de oren klapperen, neem ik nog een chippie. Ja, we nemen het ervan op deze meidenavond.

“Als ik zo’n kop trek voor een foto, dan zie ik eruit als een dooie vis”, hoor ik mam opeens mompelen en ik stik zowat. Diezelfde gedachten heb ik namelijk ook altijd. Ik heb wel eens geprobeerd om een selfie te nemen met getuite lippen en, naar mijn idee, ogen die een verhaal vertellen. Meestal ziet dat eruit alsof ik moet poepen. Terwijl we daar nog wat over door discussiëren, komen de make-up tips. Ah, dat is altijd nuttig. ‘Begin je dagelijkse make-up met een goede primer’ hoor ik de visagiste zeggen. Primer? Dat smeerde ik op de muur voordat we gingen sausen. Kennelijk kan dat ook op je gezicht. Had ik die emmer nog beter even kunnen bewaren. ‘Voor een healthy glow en een flawless skin is het belangrijk om..’ oké ik haak af. Dit is niet mijn ding. Ik moet er niet aan denken om deel uit te maken van zo’n vleeskeuring en elke dag volgebaggerd te worden met een laag plamuur of uren bij de kapper te zitten voor een kapsel dat ik vanzelf heb als ik met nat haar ga slapen. Bovendien ben ik niet elegant te slaan. Ik denk ineens terug aan mijn bruiloftsvideo. Pap leidt me naar het prieel op het strand en ik stamp op mijn hakken naast hem richting mijn aanstaande. Ik zie eruit als een boerin die de bus moet halen. Om te huilen. Hakken en ik zijn sowieso geen goede vriendinnen. Met hakken kan ik niet hard lopen en ik heb kennelijk altijd haast.

Moeders heeft zich inmiddels maar gericht op de dansende mannen. Los van het feit dat ik dat wel altijd wat mieterig vind, ziet het er inderdaad geweldig uit. De afgetrainde wasbordjes lachen ons toe en ik kijk dan ook liever naar hen dan naar de meiden die met chagrijnige koppen op klompen over de catwalk zwalken.
Een Doutzen look-a-like wint de wedstrijd. Het was niet mijn favoriet. Ik ging voor de net-een-beetje-anders-griet. Een eigen stijltje, brutaal en mooi op een geheel afwijkende manier. Zij werd derde.
Ik heb echt niets met de modellenwereld en kennelijk ook geen verstand van wat mooi is. Maar volgend seizoen zitten we er weer klaar voor hoor! Afzeiken is namelijk zo lekker als je eigenlijk enorm jaloers bent op die prachtige lijven en aangeboren elegantie….

Marga, november 2016
Geschreven voor http://www.hoevrouwendenken.nl

Geplaatst in Divers, Hoe vrouwen denken

Roekilllll

Vroeger was er een reclame op tv van een verzekeringsmaatschappij waarin een man een vlieg uit een kom soep redt en deze probeert te reanimeren. De slogan luidde ‘Als ze bestaan, dan werken ze bij Univé.’
Ik kan zeggen: ze bestaan. En ik werk niet bij Univé. Als ik een vlieg zie borstcrawlen in mijn ranja, dan vis ik hem eruit, spoel hem schoon en blaas hem droog. Ik kan er niet tegen, die nutteloze doodsstrijd van zo’n beestje. En ja ik weet, het is een insect, maar ik maak uit principe vrijwel niets dood. Behalve wespen, want allergisch, muggen die mijn kind aanvallen en andere kruipsels die de pech hebben gehad om met teveel pootjes geboren te worden. Buiten dat hanteer ik een strikt alles-heeft-recht-op-leven motto.

Het zal je namelijk maar overkomen dat je ergens wandelt of vliegt en ineens bam! Vermorzeld. Dat Japie de Vlieg eeuwig wacht tot zijn vrouw thuis komt van het boodschappen doen en vervolgens aan zijn bloedjes van vliegkindertjes moet uitleggen dat mama waarschijnlijk nooit meer thuiskomt. Dat ze volledig uit elkaar gesplotsjd aan een vliegenmepper hangt, ergens op drie hoog. Het idee alleen al. Daarom, als het niet aan een boom groeit of in de grond, maak ik het niet dood. En dat mijn shaslikje ook ooit geboren is, daar denk ik dan maar, heel hypocriet, niet over na. Ik heb hem tenslotte niet zelf de nek om gedraaid.
Ik heb echter één beest dat ik in gedachten al duizenden malen en op de meest gruwelijke manieren aan zijn einde heb gebracht; de duif in mijn dakgoot. Elke ochtend, stipt om half 6, begint het geroekoe-oe-oe… Knéttergek word ik ervan. Ik heb hem (in gedachten, natuurlijk) al met dartpijlen bekogeld, dynamiet in zijn kont gestopt, in een kattenasiel loslaten en met stenen van de dakrand gegooid. Je kunt het zo gek niet bedenken of ik heb het al bedacht.

Mijn grens betreffende dit schepsel is zo ver overschreden dat het me niet meer uitmaakt hoeveel familieleden dit kreng zullen moeten missen. Als ik hem te pakken krijg, dan is hij van mij. Zegt ze stoer…
Want stel hè, dat hij (het moet wel een man zijn) even niet oplet en ik krijg hem daadwerkelijk in mijn vingers. En dat hij me dan hulpeloos aankijkt met van die knipperende kraaloogjes. Dan wordt het weer niks en laat ik hem gaan. Want ik zou het niet kunnen.
En dus blijf ik met liefde allerlei manieren om hem te vermoorden verzinnen en lig me ondertussen met drie kussens op mijn hoofd te verbijten.
Iedereen heeft het recht te leven. Een mooi motto.
Dus…
Roekoe-oe-oe…
Roekoe-oe-oe…

Marga, november 2016
Geschreven voor http://www.hoevrouwendenken.nl

Geplaatst in Auto, Hoe vrouwen denken

Droomduitser

Ik ben kortgeleden verhuisd van ’t Oost’n naar Het Westen van het land. Omdat ik nog geen andere baan heb, ben ik dus zo’n 160 kilometer verwijderd van mijn werk. Ik kar heel wat heen en weer. Vriend vond het daarom een goed idee als ik gebruik maakte van zijn ‘degelijke Duitser’ in plaats van op en neer te rijden in mijn ‘frivole Française’.

Gezien het feit dat ‘rammelende roestbak’  inmiddels een betere beschrijving is voor mijn autootje, is dat een niet geheel onverstandige keus. Ik ben dol op mijn lieflijke wagentje. Ze is klein, wendbaar en past bij mijn geringe lengte. Zij en ik, we lijken voor elkaar gemaakt. Ik verdwijn in die enorme bak van Vriend. De stoel moet een kilometer naar voren om bij de pedalen te kunnen en ik zit dan uiterst ongemakkelijk, zo rechtop en met mijn smoel haast op het stuur.
Voor me heb ik nog een gigantisch stuk neus, achter me een enórme kont. Dat voelt niet overzichtelijk. Ik kan er dus ook voor geen meter mee inparkeren en heb al regelmatig rondjes gereden op zoek naar een parkeerplaats waar ik het enorme gevaarte wél kwijt kan. En dan al die hendels en knopjes en toestanden. Ik vind nóóit wat ik nodig heb.

Maar: los van al die ongemakken begint het te wennen. En geniet ik er stiekem steeds meer van. Ik nestel me ’s ochtends in het comfortabele leer en zet de tas met mijn laptop naast me op die andere mooie stoel. Ik bén ineens iemand. Niet de sufmuts in een gebakje, die enkel rechts rijdt, maar de blonde stoot in een grote bak die met gemak en power de boel links inhaalt. De weggebruiker waar mensen voor aan de kant gaan. Ik durf nog net even voor de invoegstrook ophoudt, een beetje gas bij te geven. De power in deze auto zorgt er namelijk voor dat ik niet alsnog moet afdruipen omdat ik niet hard genoeg kan. Ik doe mee met de grote jongens, de yuppenclub, de zakenlui.
Ik heb zelfs zo’n kleerhangergeval achter de hoofdsteun, waar ik nooit een colbertje aan hang. Maar het zóu kunnen. Ik geniet, ik ben vrij, ik ben the woman of the road!
Tot ik hem weer in moet leveren na een paar dagen werken. Dan krijg ik mijn oude, vertrouwde dametje weer terug. Met mijn eigen snoepjes in het dashboardkastje, mijn wanhopig maar zinloos platgetrapte gaspedaaltje én een usb-stick met míjn muziek.
Ach ja…
Ook best aardig…

Marga, november 2016
Geschreven voor http://www.hoevrouwendenken.nl