Geplaatst in Divers, Paulien

Nachtmerrie

Ik had laatst een vreselijke nachtmerrie. Ik droomde dat ik te horen kreeg dat ik kanker heb. Uitgezaaide kanker waar ik uiteindelijk mijn leven aan zou verliezen.  Hoeveel tijd ik nog had kon “men” niet zeggen, maar om het zekere voor het onzekere te nemen moest ik maar vast beginnen met afscheid nemen. En daar zat ik. Met wat vellen papier voor mijn neus een poging te doen om afscheidsbrieven te maken. Om de mensen om mij heen voor eens en voor altijd, zwart op wit, te laten weten hoe belangrijk ze voor me zijn. Behalve tranen, kreeg ik niets op papier… Mijn woede op mezelf maakte me wakker en ik werd overspoeld door een enorm gevoel van opluchting.  Het was maar een droom, het is niet echt. Ik ga niet dood!

De rest van de nacht lag ik wakker, denkend aan jou. Een groot besef en een klap in mijn gezicht. Jij leeft in die nachtmerrie. Als je je ogen opent, dan gaat de nachtmerrie door en je wordt er nooit meer uit wakker. Je vecht je momenteel het leven door. Voor je jongens en voor al die mensen om je heen die van je houden. Diep respect heb ik voor de manier waarop je je vastklampt aan het leven ondanks het besef dat je uiteindelijk de strijd gaat verliezen. Uiteraard hoop ik ook dat “uiteindelijk” nog heel ver weg is. En omdat woorden vaak zo nutteloos zijn geef ik je deze steun in de rug en slinger die het net op. In de hoop dat de zorg dat je je jongens niet goed achterlaat snel kan worden weggenomen, je je kan richten op jezelf en genieten van de mooie dingen in de tijd die je nog hebt.

Lieve schat, je bent een kanjer!

Liefs
M.

image

image

image

Ga naar Facebook en meld je aan via voordaanlooptvoorhetgoededoel

Delen wordt zeer op prijs gesteld!

Bedankt!

Geplaatst in Liefde, Songtekst

Voor eens en altijd

Van alle tijden en eindig tegelijk
Simpel en ondenkbaar
Alleen, maar nooit los van elkaar
Op grote hoogte en dieper dan de droom
Waar jij m’n zinnen roofde, is volmaakte liefde gewoon

Voor eens en altijd, van nu naar ooit
Waar je ook gaat, ik verlaat je nooit
Waar geen dag te lang lijkt, waar het licht blijft
Voor eens en voor altijd

Beide mensen, levend in één ziel
Denkend en ondenkbaar
Op zoek, maar nooit los van elkaar
De hartstocht, bevend toen ik viel
Voor je warme lichaam

Voor eens en altijd, van nu naar ooit
Waar je ook gaat, ik verlaat je nooit
Waar geen dag te lang lijkt, waar het licht blijft
Voor eens en voor altijd

3Js

Geplaatst in Divers

Beter een goede buur…

Na het verlaten van mijn vertrouwde buurt kwam ik in een totaal ander deel van de stad terecht. Daar zag ik best een beetje tegenop.  De buurt en wijk stonden bekend als “volks” en ondanks dat mijn huis staat in het goede gedeelte was ik toch benieuwd of ik zou kunnen aarden.

Tijdens een gigantische klusdag waarop ik met vriendin Simone mijn plinten aan het schuren was, ging de bel. Aan de deur stonden twee onbekende vrouwen. “Nee hè, Jehova”, dacht ik nog even, tot mijn blik viel op een enorme mand met planten die ze bij zich hadden.  “Welkom in de buurt”, klonk het vrolijk en meteen sprongen de tranen in mijn ogen. “Wat ontzettend lief”, kon ik nog net stamelend uitbrengen en liet de beide vrouwen binnen.  Tijdens een kopje koffie  vertelde ik kort de reden waarom ik was verhuisd en ontdekte ik dat ik mijn twee overbuurvrouwen op bezoek had. Nog nooit had iemand zoiets liefs voor me gedaan en het warme welkom was precies wat ik nodig had in die moeilijke tijd.

De winter kwam en,  ik blogde er al eerder over, mijn huis had geen CV, slechts een gaskachel in de woonkamer. Op een avond stond de buurvrouw weer op de stoep. Nu met een elektrische deken.  “Dan kun je tenminste een beetje slapen” en weer kon ik van dankbaarheid nauwelijks een woord uitbrengen. Ze was werkelijk verbaasd dat ik het zo geweldig vond dat ze daar spontaan mee aan kwam zetten.

Mijn naaste buurvrouw is op zijn zachts gezegd geen doorsnee vrouw.  De kakkers uit mijn oude buurt zouden haar hebben nagestaard op straat en ik waarschijnlijk ook. Lange leren jas, vol in de tattoo’s en net iets te strakke kleding.  Maar het is werkelijk het liefste mens van de wereld.  Met de avondvierdaagse stond ze er ook voor mijn kleine man, met de WK spaarde ze posters bij de supermarkt voor hem en tijdens de warme maanden gaf ze ongevraagd tijdens mijn vakantie de planten water. Ze geeft me het gevoel dat ik altijd bij haar terecht kan en dat is zo waardevol. Don’t judge a book by it’s cover…

Vandaag was best een zware dag. Weer werken, een zeer vervelend gesprek aan het eind van de middag, rennen en vliegen naar de tandarts, het ging allemaal niet vanzelf. Net als ik rillend van de kou en opgekropte emotie in een deken met de kachel op 10 op de bank zit, gaat de bel.
De overbuurvrouw staat op de stoep met in haar handen een bosje bloemen.  “Gewoon om je op te vrolijken omdat het zo tegenzit voor je.” Weer ben ik sprakeloos en kan nog net uitbrengen dat ze niet half weet hoe welkom dit is op deze dag en hoe enorm ik het waardeer. Ze zegt nog dat het maar een kleinigheidje is, maar lieve buuf, het is zoveel meer.

Sinds ik hier woon hebben de mensen hier in de straat me ongemerkt al door heel veel dingen heengeholpen en waren ze er altijd juist op de momenten dat ik zin had om een potje te janken. En ondanks dat ik ze laatst zelf ook heb bedankt met een bosje tulpen kan ik niet genoeg zeggen hoe waardevol ze zijn.

Daarom hier, een ode aan mijn buren!

Marga, 25 augustus 2014

Geplaatst in Angst, Groen, Sjon

Groen

Alsof het gisteren was zie ik je staan. Je schouders recht, duimen op je gebalde vuisten en je blik strak vooruit.  Je keek me niet aan ookal wist je dat ik er was. We waren er allemaal, je hele familie.  De vlag wapperde, muziek klonk, je deed je belofte.  Niet alleen jij maar ook ik kwam die dag in een andere wereld terecht. We hadden toen niet kunnen vermoeden wat een impact dat op ons beider levens zou hebben.

Handig was je, technisch en je hart lag bij alles wat reed. Wat kapot was kon je maken en het was een logische stap dat je koos voor een technisch beroep. In mijn ouderlijk huis werd er veel gesproken over de toekomst. Die van jou en die van mij. Want pap wilde ook  het beste voor de jongen die van zijn dochter hield. Die dochter was al aan het groen gewend. Wapperende camouflage aan de waslijn, het gestamp van zware kistjes, wapens, knutselen met zussie op de kazerne, weken zonder papa en heel heel veel welkom thuis tekeningen. Toen pap je het advies gaf om een leven in groen te overwegen werd je langzaam enthousiast.  Samen gingen we naar Utrecht om informatie te krijgen en ik zag het gebeuren. De wereld met oneindig veel mogelijkheden werd je op een presenteerblaadje aangeboden.  Studies, rijbewijzen, goed verdienen en een uniform. Status, in een groen pak. Je besloot de sprong te wagen. Trots als een pauw liep ik naast je over het kazerneterrein. Met het “opspelden” van jouw strepen werd ik vrouw van een militair en leerde een nieuwe wereld kennen.
Wat hebben we veel meegemaakt die eerste jaren. Met name toen je besloot dat je écht voor onbepaalde tijd wilde gaan en koos voor de KMS. Gescheiden,  jij in Limburg, ik blokkend voor mijn examens bij mijn ouders thuis. Ik kocht mijn eerste mobieltje in die tijd zodat ik je af en toe kon spreken. Een wereld van verschil met al die oefeningen daarvoor waarin het soms weken heel stil was. We verheugden ons elke vrijdag op het weekend en ik huilde stille tranen als je op zondag weer vertrok.  Soms gooiden ze op vrijdag vlak voor vertrek de hekken dicht.  Mental training noemden ze dat. Wie knakte, kon opdonderen en wat het met het thuisfront deed was niet belangrijk. Ik vertelde je dat ook maar niet want ik had al snel geleerd dat zwijgen soms beter was dan mijn verdriet met je delen.
Je slaagde met vlag en wimpel en werd onderofficier.  Nieuwe strepen, nog meer aanzien en een nog trotsere vriendin op de tribune.  Ik sliep die nacht bij je op de kazerne.  Uiteraard op de dameskamer maar net als vroeger sloop ik naar je toe en sliepen we in je smalle legerbed.  Ik ben die avond en nacht nooit vergeten.  Al was het maar vanwege de hoeveelheid borsten in strakke groene shirtjes die in en uit de herenkamer liepen. Ik was jaloers zoals ik nog nooit eerder jaloers was geweest.  Zij waren hier al die tijd dicht bij jou in de buurt geweest.  Er waren geintjes die ik niet begreep en die vreemde defensiewereld was niet de mijne. Slechts aan de zijlijn stond ik, terwijl zij wisten wat je doormaakte.

Ons leven ging verder, we gingen samenwonen en jouw baan was gewoon een baan. Je sleutelde, gaf leiding en wat je precies deed is me nooit helemaal duidelijk geworden. Maar, buiten de vele oefeningen om, kwam je elke dag thuis in het groen en wapperden ook bij ons aan de waslijn de groene pakken.

En toen kwam die brief.

Al lang vantevoren waren we erop voorbereid.  We wisten, eens komt de dag, want dat is je werk. Als ik mijn zorgen uitte tegen mensen om me heen over dat wat je te doen stond, dan moest ik niet zeuren. Ik had tenslotte zelf voor dit leven gekozen. Ik koos echter voor jou, niet voor je werk en toen kwam die brief die ons vertelde dat je op missie moest. Afghanistan… of all places….

November 2002 trouwden we. Een half jaar later zwaaide ik je uit. We namen afscheid voor vier maanden. Een moeilijke en hele zware tijd. Het was niet alleen jouw uitzending maar ook de mijne. Sporadisch konden we elkaar kort spreken en het nieuws verslond ik elke dag. Doodsbang was ik voor slecht nieuws uit de woestijn waar je zat. We stuurden brieven en kaarten en af en toe kreeg ik foto’s. Surrealistisch. Mijn zachtaardige echtgenoot behangen met zooi om je te beschermen tegen kogels en een enorm geweer in je handen. Op de achtergrond niets dan zand. Doorgaan hier was moeilijk. Voor het eerst woonde ik op mezelf en moest ik het alleen doen. Gezamenlijke vrienden waren plekken die ik vermeed. Wat had ik er te zoeken zonder jou? Zij samen, ik alleen en wat moest ik zeggen als ze vroegen hoe het met me ging? Dat ik van angst nauwelijks sliep? Dat ik liever overal was behalve thuis? Dat ik een vriend had gevonden waar ik niet hoefde te praten maar kon lachen om Hans Teeuwen, die voor me kookte en me liet janken als het moest? Ze zouden het niet begrijpen. Ik kroop in mijn schulp om maar niet te hoeven voelen…. en mensen lieten me daarom los.
Op de thuisfrontdag op de kazerne zag ik je voor het eerst sinds weken. Vlak voordat wij aan de beurt waren om via de satelliet met je te praten kwam er een moeder met een paar kindjes de filmzaal uit. “Papa jij moet thuiskomen” snikte het kleintje en mijn hart verhardde zich nog wat meer. Toen ik de filmzaal inliep zag ik je op een heel groot scherm. We waren er met zijn allen. Je familie wilde met je praten en ik wist niets te zeggen. Je zag er zo anders uit. Heel bruin, kort haar en jaren ouder dan de jongen die ik had uitgezwaaid. Ik zag toen al iets in je ogen. Of was het meer de weerspiegeling van mijn eigen verdriet? Ik voelde me eenzaam toen we daarna op de kazerne wat te eten kregen aangeboden. Iedereen die bij me was was samen met een geliefde. Ik had slechts jou op een groot scherm maar geen arm om me heen. Ik was de vrouw van de uitgezonden militair en kon weer alleen naar huis.

We telden de dagen af tot je thuiskomst. Ik maakte een dagboek van mijn belevenissen en nieuwsberichten over de plek waar je zat. Ik hield mezelf overeind met hulp van die ene vriend die ik in die periode, naast mijn familie, toeliet. Ik wist dat je dat niet zou kunnen handelen. Iemand anders die me troostte in deze periode. Ik hield daarom mijn mond over hem. Later zou blijken dat je het inderdaad niet begreep en dat ik het beter wel had kunnen zeggen.

De dag van je thuiskomst stonden we wederom met de hele familie op de kazerne op de bus te wachten die je thuis zou brengen. Maanden had ik gedroomd van dit moment. Je zou me optillen, ronddraaien en ik zou je helemaal sufknuffelen. Niets van dat alles gebeurde. Je stapte beduusd de bus uit, pakte je tas, gaf je moeder een knuffel en mij een hand en zei “kom, we gaan.”

De man die die dag de bus uitstapte was een vreemde voor me. Het welkomthuisfeest werd een verschrikking. Hoe ik het ook probeerde, je was elders met je gedachten. De drukte kon je niet aan, praten deed je niet en als ik vroeg naar je tijd daar zei je dat je het niet kon uitleggen omdat ik het toch niet kon begrijpen.
Toen je later ook nog ontdekte wie mij de maanden dat je weg was had opgevangen was de tweede kloof tussen ons geslagen.

Zoals je vocht voor je veiligheid in Afghanistan, zo hebben wij gevochten voor het ons. Proberen te praten, met elkaar, met anderen, ik zocht jou en mezelf, maar vond ons nergens.
In die poel van verwarring raakten we zwanger en verloren ons prille kindje. Die nacht in het ziekenhuis was ik ervan overtuigd dat het voorbij was en dat de grens van wat we samen aankonden meer dan bereikt was. Toen we besloten om afscheid van elkaar te nemen gebeurde er echter, zonder dat we het wisten, een wonder. Tijdens de nacontrole van de miskraam knipperde er een klein hartje. Er was een kindje onderweg…

We ploeterden door en wat heb ik je veel moeten missen tijdens de zwangerschap. Was je niet fysiek weg, dan wel mijlenver in gedachten. Tijdens de zoveelste oefening mocht je even naar huis voor de 20 weken echo. De blijdschap dat we een zoon kregen en dat hij gezond was, vierde ik in mijn eentje. Op dat moment belde ook de makelaar dat ik ons huis had verkocht. Je zat nog in de jeep op weg terug naar het kamp toen ik je dat nieuws meedeelde.

Ons kereltje besloot veel te vroeg op de wereld te komen en tijdens al die zorgen en het verdriet om hem heb je me eindelijk, mondjesmaat, verteld wat er was gebeurd in die maanden in de woestijn. Ik snapte het, maar kon geen begrip meer opbrengen voor alles wat ik al in mijn eentje had moeten doorstaan. Eenzaamheid maakt een mens kapot en ik had een andere afslag genomen. Te ver weg bij jou vandaan.

Buiten alle dingen die er zijn gebeurd en die ervoor hebben gezorgd dat we uiteindelijk samen de beslissing namen dat het beter was om ieder onze weg te gaan weet ik zeker dat de tijd die je gedwongen hebt doorgebracht in dat door jouw gedoopte “geitenland” een hoop kapot heeft gemaakt….

Waarom ik ons verhaal vertel? Omdat er nog steeds mensen zijn die het wagen om tegen een vrouw van een militair te zeggen dat ze er zelf voor gekozen heeft en dat ze niet moet zeuren. Zoals militair zijn geen baan is maar een ‘way of life’, zo is dat ook voor de vrouw (of man) die naast hem staat. Alle lof voor mijn moeder die voor zo enorm veel uitdagingen heeft gestaan in haar eentje omdat mijn vader ergens aan het oefenen was om ons allen veilig te houden mocht er ergens de pleuris uitbreken.

Jij stapte uiteindelijk uit het groen, voor ons, voor je gezin en ik heb je nooit gezegd hoe dankbaar ik je ben dat ik die maanden van onzekerheid niet nog een keer door heb hoeven maken. Ik weet hoe moeilijk het was om die wereld achter je te laten omdat je in je hart altijd een militair zal blijven. Op die tribune was ik trots en dat ben ik nu nog.
Omdat je niet alleen in de woestijn voor ons gevochten hebt…

Marga, 19 augustus 2014

Geplaatst in Edwin

Thuis

De plantjes zijn allemaal flink gegroeid.  De tuin ligt er prachtig bij.  Groen en weelderig staart alles me aan als ik door beide tuinen loop. Mijn vingers aaien de verse blaadjes en in gedachten bedank ik de buurvrouw die in tijden van grote droogte af en toe een gietertje over de schutting gooide.  Mijn meubels glanzen en alles is nog even mooi als toen ik het achterliet. Wat ben ik trots op mijn mooie huisje en wat ben ik er gelukkig ondanks de lange en soms eenzame avonden. Als mijn lief de straat uitrijdt en nog een laatste keer naar me zwaait, draai ik me om, loop naar binnen en snuif de geur van mijn huis op.
Na vier weken aan de kust ga ik weer verder met mijn leven hier.

Ik ben thuis.

Waarom voelt het dan alsof thuis net de straat is uitgereden?

Ik mis je nu al.

X

Geplaatst in Divers

Zwanger

Nee, niet schrikken.  Ik ben het niet. Maar ik was het wel, tien  jaar geleden.  Op een dag besloten we dat we er klaar voor waren en na de nodige passie en handstanden werd onze inspanning beloond met een baby.  Zo simpel was het. We kozen ervoor, gingen ervoor en kregen een kindje. 
Helaas is het niet voor iedereen zo vanzelfsprekend.  Ik ben een boek aan het lezen over een echtpaar waarvan de man verminderd vruchtbaar blijkt te zijn. Een hilarisch boek over een nogal delicate kwestie.  En ondanks dat ik regelmatig hardop zit te grinniken om de perikelen van deze twee, dringt ons geluk met elke bladzijde meer tot me door. 
Hormonen, temperaturen, prikken, pijnlijke behandelingen en maar doorzetten.  Omdat de wens zo ontzettend groot is. Hoe krijg je het voor elkaar om ook maar een drúppel sperma in een potje te krijgen terwijl je net je vrouw hebt zien pijnlijden bij het wegzuigen van een hoeveelheid eicellen. Hoe hou je het vol om iets wat intiem en liefdevol in de slaapkamer moet gebeuren buiten jezelf om in een klinische omgeving tot stand te zien komen. De wens moet wel bijzonder groot zijn als je dit alles kunt en wilt doorstaan.
Helemaal vanzelf ging het krijgen van een kindje bij ons ook niet. De eerste poging eindigde in een helse miskraam. Ik zal nooit meer het potje vergeten waarin de dokter ons iniminikindje had gestopt. Het staarde me aan vanaf een tafel op de spoedeisende hulp.  Zodat ik afscheid kon nemen.  Soms vraag ik me wel eens af wat ze ermee hebben gedaan.  De roes van pijn en verdriet was zo groot dat ik het destijds vergeten ben te vragen.
Korte tijd later zagen we op de nacontrole een hartje knipperen en bleek ons mannetje al onderweg.  Zo snel kan het gaan. Sneller dan verwacht.

Maar voor velen dus niet. En ik stond vandaag even stil bij al die mensen in mijn omgeving die met veel pijn en moeite zwanger zijn geworden of nog middenin de strijd en de onzekerheid zitten.
Een kindje krijgen is echt een wonder. Iets dat elke ouder zich niet vaak genoeg kan realiseren.  Ik ben er in ieder geval intens dankbaar voor.

Marga, 1 augustus 2014

Geplaatst in Mars, Vriendschap

Dankjewel

De laatste vakantieweek staat in het teken van afhandelen van achterstallig onderhoud. What’s app berichten die ik al lang moest beantwoorden, een mailbox die met rode vlaggen en uitroeptekens overduidelijk om aandacht schreeuwt, teksten die nog gecorrigeerd moeten worden en gedachten die ik al zo lang aan mijn digitale dagboek wil toevertrouwen. Dat wat het hardste roept krijgt doorgaans de meeste aandacht dus de afgelopen twee dagen ben ik bezig om mijn mail op te schonen.  Terwijl ik daarmee bezig ben valt mijn blik op mijn mapje “bewaar”. Tussen alle belangrijke mail met inloggegevens van sites en andere meuk staat een heel rijtje met dezelfde afzender.  Het zijn automatisch gegeneerde berichten afkomstig van een blog.  Mails die ik heb bewaard omdat die blogs ooit voor mij, aan mij, of over mij zijn geschreven.  Al lezend doorloop ik mijn eigen donkere tunnel tot aan het lichtje aan het eind.  Werkelijk álles staat erin.  Van de mooie straten van Parijs, naar de rust van de mooie wateren van Plitvice, van horen dat je plotseling je huis uit moet naar met tranen in je ogen voor de voordeur van je nieuwe huis staan, van vriendschap en liefde naar ruzie, genegenheid, pijn en verdriet. Een rollercoaster van een nieuwe vriendschap, ontstaan in de woeste wateren van een scheiding en een wankel huwelijk.  Vallen, opstaan en opnieuw beginnen.  Ik deed het mede met zijn steun.
Al lezend komt het besef.  Kan ik je ooit voldoende bedanken voor wat je deed Mars? Hoe je er altijd voor me was en me steunde met lachende schapen of een indringende tekst die me een hart onder de riem of hysterische huilbuien gaf.

De conclusie is dat ik je niet voldoende kan bedanken. Wat ik je wel kan geven is ook een blog.  En een ereplaats in mijn vriendenkast. Niemand buiten mijn lieve Ed is er zoveel geweest als jij.  En als woorden niet toereikend zijn dan moet ik misschien maar gewoon mijn mond houden.

Het spijt me van alles wat ik niet was voor jou.  Ik heb genoten van alles wat ik wel kon zijn.

Praat met de maan en als hij zich door zware wolken even niet laat zien: je weet.

#gitb


Marga